Menu

Flora en Fauna

Kies hieronder de bovenste aanduiding of scrol door naar beneden en kies uit de lijst hieronder, van aanwezige artikelen.

Alle hieronder getoonde vogels zijn terug te vinden in het boek 'RIJK aan VOGELS', alle insecten in het boek 'INSECTEN RIJK'. Beide boeken zijn verkrijgbaar in de shop.

Zie voor meer aspecten van flora en fauna op golfbanen ook: http://www.golfbaanhandboek.nl/onderdeel/natuur

 

Luislang doodt bosbok op golfbaan

Flora en fauna Zuid-Afrika

Waar zijn de insekten nu?

Eerste sneeuw

Lieveheersbeestje

Roodborst

Spinnen

Zuid

Herfst

Negatieve effecten 

Hulpmiddelen

Rough rijk aan leven

Wat er nu opvalt door de baan

Voorjaarswit, bloesem alom

Diversiteit aan habitats en biotopen

Vroege vogels 

Vroegbloeiers

Wintergasten

Winterrust 

Vruchten, kiem tot nieuw leven

Paddenstoelen 

Verandering van vogelpopulaties 

Micro-nachtvlinders

Nachtvlinders

Dagvlinders 

Vlinders

Zwaluwen

Rozenkever (rozekever)

Vogels kijken op Het Rijk van Nijmegen

Zwartkop (zwartkopgrasmus)

Witte en zachtrose bloesem

Gaspeldoorn en Gele Kornoelje

Zes kilo Spreeuw vangt 110 kg emelt weg 

Ekster

Sneeuwwandeling 3

Vlaamse gaai of gaai

Sneeuwwandeling 2

Vos

Sneeuwwandeling

Ree

Veel plezier in 2017 met flora en fauna

Goudvink

Staartmees

Buizerd

Roodborst

Torenvalk

Eikenprocessierups

Oktober 2016

Flora en fauna Zuid-Afrika

 

 

Luislang doodt bosbok op golfbaan

Dat je dieren op de golfbaan in Zuid-Afrika serieus dient te nemen blijkt uit de krant ‘Die Burger’ van donderdag 27 februarie 2019 onder de titel: “Werkers bederf luislang se ontbyt”, van Andrea Kusel onder ‘Natuurdinge’.

Toen de greenkeepers van de golfbaan Leopard Creek in Malalane, Mpumalanga s’morgens om 07.00 uur op de golfbaan kwamen, troffen ze op een fairway nabij de green een dode bosbok aan die omwikkeld was door een luislang (wurgslang). Bij hun komst liet de slang de prooi los en verdween in de rough.

 

“Luislange wurg nie hul prooi soos mense dikwels aanneem nie. Die luislang byt die prooi om hulle te kan gryp. Daarna draai die luislang homself om die prooi se borskas. Die prooi gaan nie dood aan ’n tekort aan suurstof nie, maar die druk op die prooi se borskas verhinder dat die dier se hart normaal funksioneer. Hy gaan dan dood aan iets soos ’n hartaanval. Dit is ’n baie vinniger manier om die prooi te laat doodgaan as ’n tekort aan suurstof”.

Luister, kijk en bewonder!

 

 

Flora en fauna Zuid-Afrika

Voor de niet-overwinteraars onder ons, ook in Zuid-Afrika is er aandacht voor flora en fauna op de golfbaan. Kennen onze banen in het duingebied aan de kust bezoek van damherten en weer andere banen dat van reeen, het roodwild of groot wild op Zuid-Afrikaanse banen bestaat uit diverse soorten antilopen.

  

 

Daarnaast zijn apen geen bijzonderheid en op sommige banen in de waterhindernissen naast vissen, schildpadden, hagedissen en slangen ook soms een krokodil.

 

 

 

De flora is rijkelijk vertegenwoordigd. Anders dan in Nederland worden er op veel banen perken aangelegd naast de tees. Maar ook de flora van prachtig bloeiende bomen is een lust voor het oog.

 

 

 

De insektenliefhebbers kunnen er ook hun hart ophalen. Je treft er prachtig gekleurde vlinders aan en bijzonder gekleurde sprinkhanen of opvallende kevers.

 

 

 

 

Voor de amateur ornitholoog is de golfbaan in Zuid-Afrika een waar paradijs met veel soorten in prachtige kleuren en met opvallende zang of bijzondere roep.

 

 

 

 

 

Kortom een paradijs om in te spelen en dat gecombineerd met het geweldig hoog kwaliteitsniveau van baanonderhoud en klantvriendelijkheid, een heerlijke temperatuur, een stop na negen holes voor een kleine lunch, een wijntje of een biertje en in een enerverend landschap.  

 

 

Luister, kijk en bewonder!

 

 

 

Waar zijn de insekten nu?

Het was lang warm deze zomer en dus zagen we tot laat in het jaar nog insekten zoals vlinders (atalanta), bijen (honingbij), wespen (gewone wesp) en vliegen (bromvlieg). Maar omdat insekten koudbloedig zijn, neemt hun activiteit af met het dalen van de temperatuur. En zo kan het zijn dat veel volwassen exemplaren in de winter door kou en gebrek aan voedsel zijn gestorven, maar niet voordat ze eerst eitjes hebben afgezet.

  
(Foto's: Links de atalanta vlinder, rechts de honingbij)

 
(Foto's: Links de gewone wesp en rechts een bromvlieg [blauwe vleesvlieg])

Vlinders zoals de atalanta trekken naar het zuiden, maar andere soorten insekten kruipen weg voor een winterslaap op beschutte of warmere plaatsen. Ze gaan onder de grond, in de strooisellaag of in schorsspleten, in klimplanten tegen boom of muur, maar ook in kieren en spleten van gebouwen of zelfs gewoon in de binnenruimtes. Diverse soorten vliegen kunnen we overwinterend binnenshuis aantreffen, soms in grote aantallen bij elkaar.
Dit zijn bijvoorbeeld de zo genoemde klustervlieg (Pollenia rudis),  de grootste soort van 9-12 mm, de grasvlieg en de herfstvlieg.

 

  Klustervliegen (foto's links en rechts), kunnen in grote opeenhopingen of trossen overwinteren op zolders of hoger gelegen kamers. Ze zijn een soort uit de familie van de bromvliegen.

 

 

 
De herfstvlieg (foto's links en rechts) is een soort uit de familie van de echte vliegen en wordt ook wel aangeduid als klustervlieg. Deze zijn 6 tot 7 mm groot.

 

 

 
De kleinste soort is de grasvlieg of halmvliegjes (foto's links en rechts), geel glanzend of groen en ongeveer 3 mm lang, herkenbaar aan de drie zwarte strepen op de bovenzijde van zijn borststuk.

 

Luister, kijk en geniet.

 

Eerste sneeuw

De eerste sneeuw van de winterperiode 2018-2019 is gevallen in de nacht van zaterdag 15 op zondag 16 december 2018 en juist op die dag, zondag zal de 4 stokkenwedstrijd plaatsvinden.

Waren alle vogels nog gewend aan de groene grasvlakte door de baan, waar volop voedsel was te vinden ook al werd dat steeds schaarser, denk aan de roodborst, de zwarte kraai maar ook aan de buizerd, vandaag is dat plotseling anders.

 

De omstandigheden zijn nu moeilijker geworden en zal meer inspanning vergen. Deze buizerd wacht dan ook geduldig op diverse uitkijkplaatsen of er iets lekkers aan hem voorbij komt.

       

De winter heeft zijn intrede gedaan, maar voor hoe lang?

 

Luister, kijk en geniet!

 

Lieveheersbeestje of zonnekoekje

Een kevertje dat door veel golfers als leuk wordt ervaren, is het lieveheersbeestje waarvan er in ons land wel zestig soorten bekend zijn. En gedurende de winterperiode kunnen we ze binnenshuis tegenkomen in clubhuis, bedrijfsgebouwen en schuilhutten.
Dit betreft dan de overwinterende exoot, het Aziatisch lieveheersbeestje. Deze kevertjes leven hoofdzakelijk van planten, schimmels als meeldauw en kleine insecten, waaronder soorten bladluis en mijten, maar soms ook soortgenoten.

 
(Foto's: Links en rechts een vertegenwoordiger van het exotisch Aziatisch lieveheersbeestje)


Determinatie vindt plaats op basis van de kleur en de vlekken of stippen. De vorm is rond, halfbolvormig en ze zijn ongeveer 3-10 mm groot, hebben zes korte pootjes en kleine antennes. Ze zijn opvallend gestippeld met rode, gele, witte of zwarte kleuren. De levensduur van de inheemse soorten is kort, ongeveer een jaar. (Uit het boek INSECTEN RIJK).

 

Vlekkenpatroon
Er zijn soorten lieveheersbeestjes van rood met zwarte stippen, zwart met rode stippen tot gele. Het Azatische lieveheerbeestje is in Europa geïntroduceerd als natuurlijke vijand van de bladluis, in 2004.  
Deze exoot, een ware roofkever, bleek prima in staat om te overleven en zo komen we ze nu regelmatig op de golfbaan tegen.

 
(Foto's: Links Aziatisch lieveheersbeestje rood met zwarte stippen, rechts zwart met rode stippen)

Deze exoot kent veel verschillende subsoorten, van vrijwel oranje tot zwart. Het rugschildpatroon, aangeduid met ‘vlekken’ of ‘stippen’, verschilt sterk per soort en varieert in kleur van geel, oranje tot zwart. Deze vlekken of stippen kunnen mooi rond zijn of variabel zoals bij het hierogliefenlieveheersbeestje en het schaakbordlieveheersbeestje.
Ook het aantal vlekken of stippen is variabel en varieert tot 21.

 
(Foto's: Links geel met ronde stippen en rechts met vlekken, het hierogliefenlieveheersbeestje)

 


(Foto: Het schaakbordlieveheersbeestje)

 

Het inheemse zevenstippelig lieveheersbeestje  is wel de meest algemene van de waargenomen soorten, ook op onze golfbanen. Minder vaak aangetroffen wordt het ruigtelieveheersbeestje. Het meest afwijkend is wellicht de soort van het Aziatisch lieveheersbeestje zónder stippen op het rugschild.

 
(Foto's: Links en rechts het inheemse zevenstippelig lieveheersbeestje)

 
(Foto's: Links een Aziatisch lieveheersbeeste zonder stippen, rechts het ruigtelieveheersbeestje)

 

Kop en halsschild
De opbouw van dit kevertje bestaat uit drie delen, de kop, een halsschild en rugschild. Het lijf bestaat uit twee dekschilden (rugschild), waaronder de twee vliesvleugels liggen waarmee ze vliegen. Opvallend zijn veelal ook de witte vlekken op kop en halsschild of de zwarte 'M'-vormige tekening op het halsschild bij de exoten. Het rugschild is bij de exoten vaak wat geplooid of gedeukt.


(Foto: Lichaamsbouw is kop, halsschild en rugschild. Hier op de kop een zwart M teken)

Larven
De larven, voortgekomen uit eitjes, zijn opvallend en doen soms denken aan rupsjes, maar ze zijn voorzien van zes looppootjes aan de voorzijde.
Ook zijn er larven die stekelachtig behaard zijn, fel rood en geel gekleurd en ze verschillen per soort. Ook deze larven en de poppen komen golfers tegen in de rough, op struiken en bomen waaronder de Spaanse aak of veldesdoorns.

 
(Foto's: Links net uit het ei gekropen larven. Rechts de larve van veelstippelig Aziatisch lieveheersbeestje)

 

 
(Foto's: Links larve van viervleklieveheersbeeste en rechts achtergebleven poppenhuid na vervelling)

(Foto: Het viervleklieveheersbeestje)

De larven vervellen meerdere keren, waarna ze verpoppen. De levenscyclus van larve tot volwassen lieveheersbeestje duurt 3 tot 5 weken. Afhankelijk van de soort, leven de larven o.a. van bladluizen of larven van bv. bladhaantjes.

Voor meer Natuur-informatie op golfbanen kunt u ook een kijkje nemen in de website Golfbaanhandboek.nl onder Natuur

Luister, kijk en geniet!

 

 

Roodborst

Een met regelmaat waargenomen vogelsoort op 'Het Rijk van Nijmegen' is de roodborst, een door vrijwel iedereen ‘leuk’ gevonden vogelsoort. Als golfer word je soms al bij hole 1 door de roodborst welkom geheten, zittend soms op de balspiraal. Ook in 2016 is aan deze vogel binnen flora & fauna al eens aandacht besteed.

  
(Foto's: Links een foto ontvangen van Anita en rechts een foto van Luc Heijendael met roodborst op balspiraal)

De soort komt op alle lussen van de golfbaan voor als standvogel, broedvogel of doortrekker. Als broedvogel op Nijmeegse baan en Groesbeekse baan-Noord, Oost en Zuid.  Ze is zowel verscholen in het struikgewas waar te nemen als ook vrij zittend op uitkijkpost of zangplaats.

 

 
(Foto's: De roodborst houdt zich graag op binnen dicht struikgewas of in de buurt van snoeihout e.d. Op de foto linksboven te zien met wegvliegende koolmees)

In het werkgebied van de Vogelwerkgroep Nijmegen e.o. is de roodborst een zeer algemene broedvogel, die de hoogste dichtheden bereikt in bosgebieden en hier een van de meest voorkomende soorten is. In naaldbossen op arme zandgronden is de roodborst soms zelfs de talrijkste soort. Alleen in grootschalig, open cultuurlandschap ontbreekt hij als broedvogel. De dichtheden variëren van laag (< 10 paar per 100 ha) in poldergebied tot zeer hoog (50-100 paar per 100 ha) in de bossen op de stuwwal. In stedelijk gebied is de soort buiten de groene wijken behoorlijk schaars.

Op de golfbaan is de soort vooral waar te nemen rond het clubhuis, het marshalhuisje bij hole 1 van NB en Noord, rond de Villa en de oude schuur daar, op Zuid in het bosrijke deel en langs de Nijmeegse baan en rond de Koekoek op Noord.

 

 
(Foto's: Het roodborstje laat zich ook graag zien en zit dan op een vrije tak of op plaatsen als hekwerk, palen of door de baan op het teeinformatiebord)

Soort- en veldkenmerken
Het is een ietwat gedrongen, ‘halsloos’ vogeltje van 13 cm, maar tijdens de zang ook in een positie dat ze slank en elegant is. Volwassen wordt deze gekenmerkt door een warm oranjerode borst en voorhoofd en geheel olijfbruine rugdelen. Jonge vogels zijn vaak zonder oranje en sterk gevlekt. Kenmerkend zijn ook de donkerbruine staart en isabelkleurige buik. Vaak is de vogel mak en benaderbaar, ze vliegt snel, vaak naar dichtstbijzijnde dekking. De beweging is wat rusteloos, hippen snel en wippen met hun staart.

 

 
(Foto's: Bovenste twee foto's in ietwat gedrongen houding, onderste twee meer slank tijdens zang)

 
(Foto's: Links- en rechts een ouder met opvallend gevlekt jong)

Ze nestelt in gaten en spleten van muren, slootkanten en bomen, in klimop, op de grond onder heggen e.d. Opvallend is de zang die het hele jaar door valt te beluisteren. In ons land is het een algemene broedvogel van bossen, parken, hakhout, tuinen e.d., op platteland, in dorpen en steden. Omdat ze wel van een bad houdt, ook waar te nemen badend in het water. De soort is standvogel maar trekt ten dele weg en door.

 
(Foto's: Roodborsten nemen graag een bad wanneer de gelegenheid daar is)

 

’s Winters veelvuldig waar te nemen op voedertafels. Op de golfbaan doen ze zich tegoed aan spinnen, langpootmuggen, oorwurmen, vliegen, rupsen en andere geleedpotigen, aangevuld met bessen en zaden. Ook de roodborst produceert kleine braakballen.

 
(Foto's: Zeker met veel sneeuw, maar ook eerder wel bezoekt de roodborst ook voerplaatsen)

Biotoop

Ideaal voor de roodborst is bos met structuurrijke onderbegroeiing. Ze leven dan ook nagenoeg overal waar dekking is en waar genesteld kan worden. In kleinschalig landbouwgebied met houtwallen, bossen, parken, landgoederen, begraafplaatsen, campings etc. Zowel in dorpen als ook in steden. Het gehele golfbanencomplex vormt hiermee een geschikt biotoop voor de roodborst.

 
(Foto's: Eenmaal een broedplaats gevonden dan komen de jongen niets te kort)

Luister, kijk en geniet!

Spinnen

Herfst op de golfbaan doet bij veel spelers ook denken aan spinnewebben die ’s morgens in de dauw zo mooi zichtbaar zijn. Of wanneer je de struiken door moet en je de spinseldraden langs je hoofd voelt.

In het boek Insecten Rijk wordt uitgebreid aandacht besteed aan de  'echtespinnen op Het Rijk van Nijmegen. Zijn er dan ook andere, niet echte spinnen op de golfbaan? Ja, dat zijn nl de vertegenwoordigers van de hooiwagens en de teek, waarover binnen Insecten Rijk meer, maar waar ik hier aan voorbij ga.


(Foto: wespspin of ook wel tijgerspin)

Spinnen komen in diverse vormen, kleuren en maten voor, van heel klein tot behoorlijk groot. Sommige zijn gecamoufleerd en lijken haast niet meer op spinnen. Zo leeft er in de rough op Het Rijk van Nijmegen, de op een grote wesp lijkende wespspin. In ons land komen zo'n 700 verschillende soorten echte spinnen voor en daarvan een tiental op de golfbaan en in de gebouwen op de golfbaan zoals clubhuis en schuilhutten.

 
(Foto: links de huisspin en rechts de grote trilspin)


Bekende soorten die in het clubhuis of schuilhutten kunnen voorkomen, zijn de huisspin en de grote trilspin.

Hebben veel insecten zes poten,  de spinnen vallen op door hun acht poten en het uit twee delen bestaand lichaam waarvan het voorste deel de poten draagt. De acht poten zijn vaak bedekt met zintuigharen, die aanraking, luchtvochtigheid, vibraties en geuren kunnen waarnemen. Het uiteinde van de poot verschillend per soort.


(Foto: huisspin met duidelijk tweedelig lichaam en 4 paar poten aan het voorste lichaamsdeel en harige poten)

 

 
(Foto: links en rechts de ogen van de springspin)

Verder hebben de meeste spinnen acht ogen.  Deze enkelvoudige ogen (insecten hebben samengestelde ogen), liggen vaak iets hoger en bovenop het borststuk. Er zijn soorten spinnen met minder dan acht ogen, tot zelfs zonder.

Ook hebben spinnen in tegenstelling tot insecten, geen antennes maar wel vanuit de monddelen ontstane tastsprieten. Deze zijn voor de tast en bij de mannetjes voor voortplanting ontwikkeld. Het bolvormige achterlijf bevat het grootste deel van de organen en is van het kopborststuk te onderscheiden door de sterke insnoering van het spinnenlichaam (zie foto van de huisspin).

 
(Foto: links komkommerspin met prooi en rechts kruisspin met prooi)


(Foto: wespspin actief met het inpakken van een prooi)


Om prooidieren te verlammen (met gif), hebben spinnen gifkaken en een gifklier. Ook zijn er soorten die geen gifklier gebruiken om het prooidier te verlammen, maar deze inpakken met spinseldraad.
Kenmerkend is dat veel spinnen hun prooi verteren buiten het eigen lichaam. Het gif dat ze gebruiken verlamt de prooi en heeft vervolgens van binnenuit een sterk verterende werking, waarna het goedje wordt opgezogen.

 
(Foto: links een spinnende kruisspin en rechts de spintepel van waaruit de spindraad komt)


Golfers kunnen geconfronteerd worden met spindraden, in de lucht op gezichtshoogte, laag bij de grond op het gras of in de rough tussen de vegetatie. Deze spindraden worden uitgescheiden door de spintepels op het achterlijf, variërend per soort van één tot vier paar. Zo zijn er spintepels voor productie van fijn spindraad en voor de steviger spindraden, voor loopdraden, voor kleefdraden, voor kleefstof, voor cocondraden etc.


(Foto: een wielweb van een wielwebspin zoals de kruisspin)


Voor welke doeleinden wordt spinrag gebruikt?
Dit kan zijn om prooien te vangen door ze vast te kleven of in te pakken, bescherming van de woontunnel met een laagje spinsel, voor verankering van het lichaam bij het lopen of springen, voor de verspreiding als jonge spin door weg te zweven met de wind of voor het verpakken van het sperma in een spermatofoor en het maken van een omhulsel (cocon) voor de eieren.


(Foto: kraamwebspin met eicocon, zowel web als cocon gemaakt van spinseldraad)


Voor het vangen van de prooi zien we per soort verschillende toepassingen van spinseldraden, waarbij de ons meest bekende vorm het ronde web is (bv. de kruisspin). Maar ook onregelmatige webben (bv. de grijze huisspin), trechtervormige webben (trechterspinnen) of tunnelvormige webben (valdeurspinnen) treffen we op de baan aan.

 
(Foto: links web van de doolhofspin en rechts het tunnelweb van de trechterspin)

Onze golfbaanspinnen leven van levende prooien en maken deze op verschillende manieren buit. De meest bekende methode is die van de wielwebspinnen. Zij maken een rond, wielvormig web. Hiermee worden kleine vliegende prooien gevangen zoals vliegen, muggen, wespen of zelfs libellen. Wij treffen deze aan in struiken, tussen bladeren en grashalmen tot in bomen. In de herfst vaak opzichtig aanwezig wanneer ze zwaar behangen zijn met waterdruppels.
Weer andere soorten maken struikeldraden op de bodem en grijpen zo de prooi.

Valdeurspinnen daarentegen verstoppen zich onder de grond, verscholen achter een spinseldeurtje dat openklapt als een prooi langskomt en de spin eruit schiet.


Zoals insecten worden ook spinnen geboren uit een ei en groeien na diverse vervellingen naar het volwassen imago . Direct na de eerste vervelling lijken de kleine spinnetjes al op hun ouders, alleen zijn ze dan nog veel kleiner en hebben vaak een andere lichaamskleur. Klein als ze zijn maken ze al spindraden en verspreiden zich vaak, door bij een opkomend briesje, een draadje vrijhangend spinrag in de lucht te spinnen. Ook wel bekend als herfstdraad.

 
(Foto: links nestcocon van de wespspin en rechts de uitgekomen jongen van de wespspin)

 
(Foto: links Pardosa wolfspin met eicocon met bevruchte eitjes, vastgelegd op de gele markering van de water-
hindernis op Oost 1, rechts een Pardosa wolfspin vrouwtje met jongen op haar lijf)

 

 
Zijn spinnen gevaarlijk? Moeten golfers extra voorzichtig zijn in de rough, aan de bosrand of in de gebouwen aangezien veel mensen bang zijn voor spinnen? Onze spinnen zijn niet gevaarlijk voor de mens! Het gif dat de op de golfbaan aanwezige soorten gebruiken is dodelijk voor insecten, maar doet ons mensen niets. Daar komt bij, geen spin zal ons aanvallen.

 
(Foto: links een driestreepspin en rechts een gewone komkommerspin)

 
(Foto: links een herfsthangmatspin en rechts een gewone kameleonspin)


(Foto: een kraamwebspin)

 

Waargenomen spinnen op ‘Het Rijk van Nijmegen’. In Insecten Rijk worden de op Het Rijk van Nijmegen waargenomen spinnen beschreven, deze behoren tot de wielweb-spinnen, hangmat- of baldakijnspinnen, kraamwebspinnen, kogelspinnen, krabspinnen, trechterspinnen, trilspinnen en de strekspinnen.

 

Luister, kijk en geniet!

 

 

Zuid - 10 oktober 2018

Een zonovergoten namiddag in de herfst van 2018 op Zuid, een golfrondje 9 holes om van te genieten. Bij aanvang op Zuid 1 worden we al aangenaam verrast door een bont zandoogje (foto  linksonder), een middelgrote vlinder uit de familie van de zandoogjes. Met zijn prachtige schutkleuren bijna niet te zien op de herfstige bodem.

  

Gelijktijdig valt er vanuit de boom boven het pad naast de tee, een langharige gele rups in het gras (foto rechtsboven). Opvallend zijn de zwarte schakels tussen de rechtopstaande haren en de op het achterste segment uitstekende, lange, rose pluim. Het is de rups van de donsvlindersoort meriansborstel. Deze dankt haar naam vermoedelijk aan de vlinderschilderes Maria Sibylla Merian (zie ook Insecten Rijk, blz. 105 - leeshoek bij de open haard). Deze rupsen leven van boombladen en kunnen we deze tijd van het jaar waarnemen, opzoek naar een plek om te verpoppen.

  

  

Al spelend is het onderweg genieten van de zonovergoten dag en de strak blauwe hemel, waardoor de aanstormende herfstkleuren hier en daar steeds prominenter aanwezig zijn. De krenten zijn soms geel-rose gekleurd en de kardinaalsmuts diep rood, daarentegen de berken, kastanjes en haagbeuken meer geel. Overal liggen wegen, paden en bunkers bezaaid met vruchten als tamme kastanje (foto linksonder), beukenootjes en eikels (foto rechtsonder).

  

Ook de dalende zon levert nu geweldig mooi strijklicht en dat maakt de golvingen of undulaties van fairways en greens prachtig zichtbaar.


(Foto: green van hole Zuid 3)



(Foto: green van hole 4 Zuid)


(Foto: green van hole Zuid 5)

Het is heerlijk om waar te nemen dat een lieveheerstbeestje (foto linksonder) op je golftas neerstrijkt of dat de buizerd (foto rechtsonder), luid miauwend langs zweeft opweg terug, naar het Villabos. Elementen die horen in dit landschap, in deze biotopen en die het golfen in de natuur zo aantrekkelijk maken.

  

Op Zuid kunnen we ook bij hole 7, de vroegere hole 18, nog genieten van bloeiende springbalsemien, aanwezig in twee kleuren (foto;s hieronder).

  

Negen holes is niet zo ver, toch ongeveer 2 uur om de heerlijkheid van deze omstandigheden op te snuiven, om je longen mee te vullen en te genieten van het licht, de warmte van de herfstzon, de kleuren van de bladeren voor ze straks afvallen en van hier en daar een fraaie paddenstoel zoals de geschubde inktzwam (foto linksonder, gemaakt door Emiel van Thienen) en de vliegenzwam (foto rechtsonder) richting clubhuis.

  

Ook de laatste holes blijft genieten en ook deze zijn oogstrelend, niet alleen vanwege het panorama maar vooral vanwege de stoffering in deze tijd van het jaar. En bij aanhoudend mooi nazomerweer, zullen de herfstkleuren nog intenser worden.

  


(Foto: panorama met zicht op Duitsland en damestee hole Zuid 9, rechtonder de herentee)


(Foto: de damestee van hole Zuid 9)


(Foto: zicht vanaf de herentee hole Zuid 9)


(Foto: de green van hole Zuid 9)

Onderwijl zakt de zon achter de bossen en het wordt tijd voor een herfstbok of een kop warme koffie! 

Luister, kijk en geniet.

 

Herfst – voorbereiding op voortbestaan

Na de hete zomer waarin veel records zijn gebroken, is per 1 september de meteorologische Herfst aangebroken, welke aanhoudt t/m 30 november. Staan we dus aan het begin van de herfst, de eerste symptomen binnen de flora en fauna zijn al duidelijk waar te nemen. Sommige hiervan zijn bespoedigd door de extreme zomer die hieraan is vooraf gegaan. Denk aan de reeds afgestorven flora op veel plaatsen in de rough, extreme en vroegtijdige bladval van diverse bomen en struiken of de reeds in aanwezigheid afgenomen soorten insecten.

 
(Foto's: Links en rechts door de extreme zomer 2018 aangetaste struiken met herfstbeeld.)

Herfst kenmerkt zich ook door prachtige kleuren of door stormen en stevige stortbuien. Alles ter voorbereiding op de komende winter en het voortbestaan van de soort.

 

Vruchtzetting
Onder de loofbomen en struiken op onze golfbanen vinden we veel soorten die opvallende vruchten vormen, denk aan de eikels, kastanjes, lijsterbes, vlier, vuilboom, kornoelje, liguster, sleedoorn, meidoorn en Gelderse roos. Maar ook diverse soorten botanische of wilde rozen en niet te vergeten de bramenstruik, hazelnoot en tamme kastanje.

 
(Foto's: Links vruchtzetting beuk en rechts eik.)

 
(Foto's: Links vruchtzetting lijsterbes en rechts vuilboom.)

 

Primair zijn deze vruchten bestemd voor de voortplanting van de soort, secundair als voedsel voor dieren, vogels en insecten. Meest bekend zijn wellicht de noten verzamelende (vlaamse) gaai  en de eekhoorn. Maar in de herfst zijn deze vruchten soms van levensbelang voor o.a. trekvogels als de kramsvogel, koperwiek, pestvogel en keep. Veel zachte vruchten als kers en braam vormen voedsel voor veel insecten, waaronder vlinders.

 
(Foto's: Links vlaamse gaai en rechts eekhoorn.)

 
(Foto's: Links kramsvogels en rechts gewone wesp op braamvrucht.)

 

Een andere vorm van vruchtzetting die nu ook plaatsvindt, is die van de paddenstoelen. Onder de oppervlakte is een netwerk van myceliumdraden gevormd waarop de vruchtlichamen, de paddenstoelen, zich bovengronds vormen. En ook deze zijn er voor de voortplanting (m.b.v. sporen) en om als voedsel te dienen voor dieren, vogels en insecten.

 
(Foto's: Links grote parasolzwam en rechts vliegenzwam.)

 

Fauna en herfst
Binnen de wereld van de dieren en vogels vindt in de herfst ook een voorbereidng op de winter plaats. Zomerjasjes worden vervangen en worden winterjasjes, bij diverse vogels met andere kleuren. De vacht van diverse dieren wordt dikker en dichter en ook hier soms van andere kleur, denk aan het konijn, haas, vos, hermelijn, marters e.d.

 
(Foto's: Links haas en rechts konijn.)

 

Terwijl vogels als spreeuwen en de laatste kieviten zich in grote zwermen verzamelen voor de grote trek, trekken de egel, vleermuis en diverse vlindersoorten zich terug om in winterslaap te gaan. Eekhoorn en (vlaamse) gaai houden winterrust! Zo kruipen ook diverse reptielen en amphibieen diep weg in de modder en insecten leggen nog snel eitjes, overwinteren als rups of pop, kruipen in de strooisellaag of in spleten van de boomschors of vliegen naar warmere oorden. Bekende trekvlinders zijn de atalanta en de distelvlinder.

 
(Foto's: Links kieviten en rechts spreeuwen.)

 
(Foto's: Links zandhagedis en rechts distelvlinder.)

 

Veel spinnen zijn actief met het aanleggen van diverse soorten vangnetten, afhankelijk van de soort is dit een vertikaal wielweb, een horizontaal vangnet met fuik of een los net van struikeldraden.
Weet u het nog, de waarschuwing ‘wespennest!’ Tijdens de herfst nog actief, maar de winter overleven ze meestal niet, alleen de koningin.

 
(Foto's: Links web van trechterspin en rechts wielweb van en met wespspin.)

 

Weet u het nog, de waarschuwing ‘wespennest!’ Tijdens de herfst nog actief, maar de winter overleven ze meestal niet, alleen de koningin.


(Foto: Wespennest inder de grond via muizenhol of konijnenhol.)

 

Opvallend in de herfst zijn onder de vogels de wintergasten die naar ons land komen en ook op of boven onze golfbanen zijn waar te nemen, vogels die vanuit koudere streken in het noorden afzakken naar het zuiden. Hieronder diverse soorten ganzen als de rotgans, toendrarietgans en kleine rietgans. Bladluizen leggen nu eitjes en die overwinteren straks en de meikever kruipt nu als larve onder de grond en zo is het ook in de herfst, werken aan het voortbestaan van de soort.

 
(Foto's: Links toendrarietganzen en rechts bladluizen.)

 

Luister, kijk en geniet.

 

Negatieve effecten

Niet iedere golfer is gecharmeerd van bv muizen, kikkers, wespen, kraaien of ringslangen. Maar ook brandnetels, bramen of meidoorn worden niet door iedereen bewonderd. Hooikoortspatienten kijken niet bepaald verlangend naar de bloeiperiode van diverse grassen en bomen. Mensen met allergische reacties letten expliciet op wespen, bijen of dazen. Ook greenkeepers hebben zo hun bedenkingen bij momenten binnen de flora en fauna. Hierbij kunnen we denken aan de mogelijke invasies, ziekten en plagen.

  
(Foto's: links bruine kikker en rechts de gewone wesp.)

Invasies
Onder gunstige omstandigheden kunnen er invasies optreden van diverse soorten insecten zoals van de rozenkever, het elzenhaantje of van de eikenprocessierups en de rupsen van de spinselmot of stippelmot. Maar ook kunnen invasies voorkomen op de golfbaan van woelmuizen, mollen, konijnen of zoals in het verleden van zwijnen. Ja zelfs van trekvogels als kramsvogels en koperwieken. Deze invasies zijn niet altijd direct schadelijk voor de golfbaan, maar kunnen afhankelijk van de soort wel leiden tot ziekten of plagen.

  
(Foto's: links aantasting door rupsen van de stippelmot, rechts konijn.)

Plagen
Insecten die plagen veroorzaken worden wel plaaginsecten genoemd. Bekend op de golfbanen zijn met name de rozenkever, de langpootmug, rupsen van de spinselmot, wolluis en dopluis, enkele soorten haantjes (elzenhaantje, sneeuwbalhaantje e.d.)  en de eikenprocessierups. Zo ook de onder invasies genoemde woelmuizen, mollen, konijnen en zwijnen kunnen een plaag vormen. De schade bestaat dan uit hinder voor golfers en greenkeepers. Denk ook aan de ontstane geulen, gangen en gaten bij aanwezigheid van veel muizen, aan de molshopen van de mol, aan de vogel- en zwijnenschade door de baan in relatie met aanwezige emelten en engerlingen. Ook kunnen plagen zorgen voor gezondheidsklachten, ontsiering of verzwakking van struiken, planten of gras. Bekend onder de golfers is de grasschade door emelten en engerlingen.

  
(Foto's: links de rozenkever of Johanneskever en rechts gevleugelde generatie wolluis.)

  
(Foto's: hinder voor golfers, molshopen links en konijnenhol rechts.)

Ziekten
Meest gevreesde en bekende ziekten zijn op de golfbaan de aandoeningen van de eikenprocessierups en de ziekte van Lyme via de teek. Maar ook voor individuele golfers of baanpersoneel met allergische reacties, is de steek van de wesp, de bij en de daas hieronder te noemen. En dan kunnen we de hooikoortsreacties op pollen van grassen en bomen ook hieronder scharen. Bij een beet of krab van de vos kan rabiës (hondsdolheid) worden overgebracht op de mens, iets dat ook door een beet van rat en vleermuizen mogelijk is.
Op de green gedijen soms plotseling heel andere soorten ziekten, afkomstig van schimmelsoorten. Dit zijn ziekten die het gras van de green kunnen aantasten, zoals van de sneeuwschimmel en dollarspot.

  
(Foto's: links dollarspot in de greengrasmat en rechts een teek, vastgebeten in beenhuid.)

En zo zal herhaaldelijk de strijd worden aangegaan met de natuur die niets anders doet dan reageren op de gunstige of ongunstige omstandigheden. Omstandigheden waarop de greenkeeper hier en daar invloed kan uitoefenen, soms curatief, soms preventief. Dat we ons hierin ook soms moeten leren schikken is een gegeven.

Luister, kijk en geniet.

 

Hulpmiddelen

Maar al te vaak horen en lezen wij de laatste tijd over achteruitgang van het insectenbestand, van rode lijsten van planten- en diersoorten of van met uitsterven bedreigde soorten. Om de flora en fauna een handje te helpen bij het vinden van voldoende groeiplaats of voorwaarden om zich te vestigen, voor voldoende voedsel, schuil- of broedgelegenheid, worden flora en fauna op menig golfbaan in Nederland een handje geholpen. Hulpmiddelen van zeer uiteenlopende aard worden hierbij ingezet, van grondverschraling tot bijvoeren, van winterkelders tot nestwanden. E.e.a. afhankelijk van het landschap waarin de golfbaan ligt.

Beheer

In samenwerking met Europese landen wordt ook in Nederland, in soms nauwe samenwerking tussen Rijk,  Provincies en Gemeenten, aan maatregelen gewerkt om de kwetsbare natuur te beschermen en zo de achteruitgang van de biodiversiteit een halt toe te roepen.

  

Concrete insteek is bijvoorbeeld de regulering van schadelijke gewassen, schimmels, insecten, rupsen, vogels of de wildstand. Een moeilijke zaak daar waar nagenoeg alle flora en fauna bescherming geniet. Dit betekent dat veel beheersmaatregelen gericht zijn op preventie. Tegen konijnen kunnen fretten worden ingezet, de inzet van het jachtgeweer (door erkende jagers) of jachtvogels zoals de havik en de slechtvalk, of honden behoren ook tot de mogelijkheden, al stuit dit vaak op emotioneel verzet. Meer gecompliceerd is het beperken van de aanwezigheid van engerlingen om zodoende de schade door dassen en kraaien te beperken.

  
(Foto's: Links de engerling als bodeminsect en rechts de schade door predatoren van de engerling.)

 

Hulpmiddelen

Op veel banen wordt gericht aandacht besteed aan projecten ten behoeve van het vleermuizenbestand, van de ijsvogel, oeverzwaluw en gierzwaluw.

Op het Rijk van Nijmegen hebben we een vleermuizenkelder in de rough naast hole Oost 4. Deze speciale constructie is hoofdzakelijk bedoeld als overwinteringskelder. De greenkeepers-werkruimte op Oost, ook wel bekend als 'de boerderij', bevat speciale invlieggaten in de lange gevels. Dit ten behoeve van de boeren- en de huiszwaluw.

 

  
(Foto's: Links de vleermuiskelder naast hole Oost 4 en rechts een invlieggat in de gevel van de greenkeepersruimte.)

 


Ook gericht op het vogelleven binnen de biotopen zijn op onze baan specifieke nestkasten opgehangen, bv. voor de vliegenvanger, boomklever, steenuil, spreeuw en torenvalk.

  
(Foto's: Links de nestkast voor vliegenvangers, rechts de nestkast voor de steenuil.)

 

  
(Foto's: Links de nestkast voor de torenvalk, rechts een nestkast voor mezen en zoals hier, de boomklever.)

Naast hulpmiddel voor holenbroeders onder de vogelsoorten, kunnen nestkasten ook hulpmiddel zijn voor diverse soorten insecten, waaronder de grote wespensoort de hoornaar.

  
(Foto's: Links en rechts, vogelnestkast bezet met nest en kolonie van de hoornaar.)

 

Ten behoeve van dassen zijn speciale dassengangen aangebracht op Noord en Oost, aan de voet van de hagen in het landschap en zijn dassentunnels aangelegd om het territorium niet te beperken.