Menu

Flora en Fauna

Flora en fauna

Het ca 145 ha grote golfterrein van Het Rijk van Nijmegen bevat verschillende biotopen en specifieke habitats. Samen met de wijze van gebruik en beheer, ecologisch een terrein met een grote biodiversiteit. In recent verleden al door ondergetekende weergegeven in de boeken 'RIJK aan VOGELS' en 'INSECTEN RIJK'.

Waarnemingen van alles aspecten met betrekking tot flora en fauna worden op gezette tijden binnen deze website weergegeven om onze leden hiervan kennis te laten nemen.

Voor meer aspecten van flora en fauna algemeen op golfbanen, verwijs ik ook graag naar: http://www.golfbaanhandboek.nl/onderdeel/natuur

 

  hermanberteler@yahoo.co.uk  

 

Wespspin


Foto: Wespspin vrouwtje (wielwebspinnen).

 

Op onze golfbaan wonen en werken heel veel soorten spinnen en dan doel ik op de ‘echte spinnen’. Er zijn nl. ook níet ‘echte’ spinnen die wel tot de spinachtigen worden gerekend, waaronder zeespinnen. Spinnen hebben 8 poten!

Zijn er zo’n 45.000 verschillende soorten spinnen beschreven, in ons land leven zo’n 700 soorten en op de golfbaan heb ik zo’n 20 soorten waargenomen. Binnen "Insecten Rijk" heb ik deze ingedeeld in o.a. wielweb-spinnen, hangmat- of baldakijnspinnen, kraamwebspinnen, kogelspinnen, krabspinnen, trechterspinnen, trilspinnen, strekspinnen, wolfspinnen, pantserspinnen en springspinnen.


Foto's, twee wielwebspinnen. Links de driestreepspin en rechts de gewone komkommerspin.

 


Foto: Van de hangmatspinnen hier de herfsthangmatspin of tuinbaldakijnspin.

 


Foto: Van de kraamwebspinnen hier de grote wolfspin of kraamwebspin met kraamweb en eicocon.

 


Foto: Van de krabspinnen alleen de gewone kameleonspin aangetroffen.

 


Foto: Deze gewone doolhofspin behoort tot de trechterspinnen.

 


Foto's: Links van de wolfspinnen hier een pardosa vrouwtje met ei-cocon en rechts met jongen.

 

Foto: detailfoto 6 ogen van een springspin met beter ontwikkelde voor-middenogen.

 

Bekend bij de meeste mensen zijn wel de in onze huizen voorkomende huisspin en trilspin, buiten daarentegen, in de tuin en op de golfbaan de kruisspin.


Foto's: Links de gewone huisspin (trechterspinnen) en rechts de grote trilspin (trilspinnen).


Foto: Kruisspin (wielwebspinnen).

 

Zoals gezegd, op de golfbaan wonen, lees leven en werken veel spinnen. Om te leven en te blijven leven, is het voor de spinnen nl. hard werken. Als roofdieren leven ze van levende prooidieren en die moeten worden gevangen, op welke manier dan ook. Het meest gebeurt dit met behulp van een spinsel, een vangweb dat afhankelijk van de soort bestaat uit een wielweb, een trechterweb, valkuilweb of een doolhof van draden. Vaak zijn dit de passieve soorten, dit tegenover de actieve soorten die op jacht gaan of vanuit een hinderlaag jagen.


Foto's: Links de tunnel in een trechterweb (met terchterspin) en rechts een wielweb.

 

 
Foto (Pieter de Wildt): Spinnenwebben in de ochtenddauw op de fairway.

 


Foto's: Links komkommerspin (wielwebspinnen) met prooi en rechts kruisspin (wielwebspinnen) met prooi.

 

De wespspin maakt een groot, sterk wielweb waarin ze ondersteboven in hangt, tussen meerdere grashalmen en wacht af tot er een prooi in verstrikt raakt. Dit kunnen zijn sprinkhanen, libellen, langpootmuggen, kleine vlinders en kevers. In een mum van tijd wordt de prooi ingewikkeld met spinseldraad, geen ontkomen aan.


Foto: Wespspin vrouwtje, hangend in haar wielweb, wachtend op prooi. Op de rug duidelijk de horizontale strepen zichtbaar.


Foto: Vrouwtje wespspin hangend in haar web met op de buik duidelijk 2 vertikale, gele strepen.

 


Foto: Wespspin vrouwtje druk doende een pas gevangen icarusblauwtje (vlinder) in te pakken.

 


Foto: Wespspin vrouwtje druk doende een pas gevangen langpootmug in te pakken.

 

Boeiend binnen de soorten op de golfbaan vind ik deze wespspin, ook wel wespenspin of tijgerspin genoemd en dat omdat ze geel, bijna fluorescerend van kleur is met op de rug dwars over het lichaam diepzwarte strepen. De buikkant heeft twee opvallende, gele lengtestrepen. Vooral de vrouwtjes zijn groot (de wespspin is een van de grootste Europese spinnen), tot wel 1,5 cm lichaamslengte. Lopend door het gras in de rough vallen ze goed op en worden vanwege het wespuiterlijk al gauw tot rust gelaten.

 

Komen ze oorspronkelijk uit het Middellandse Zeegebied, tegenwoordig zijn ze tot in Scandinavië te vinden. Op de golfbaan te vinden op zonnige, open plekken met ruig gras. Deze habitats vinden we op alle lussen van het Rijk van Nijmegen. We treffen ze daar aan in de warmere maanden, juli – augustus. De kleinere mannetjes worden na de paring vaak ingesponnen en later opgegeten door de vrouwtjes, die ook niet lang meer leven nadat de honderden eitjes hebben bewaakt, afgezet in een grote (als een golfbal), urn vormige cocon, tot deze een maand later uitkomen. De jonge wespspinnen overwinteren in de cocon en komen pas in maart van het volgende jaar naar buiten om zich verder te ontwikkelen, weer te eten en hard te werken. Deze concons worden tussen lange grashalmen vastgezet of in bremstruiken.


Foto's: Links en rechts tussen grashalmen vastgezet eicocon in de vorm van een grote (golfbal) urn.

 


Foto's: Links open eicocon van de wespspin in een bremstruik, rechts de inhoud, tientallen jonge spinnen.

 

Met deze kennis is direct het belang van een goed maaibeleid aangegeven wil je de biodiversiteit in stand houden! Vroeg maaien of door schapen begrazen betekent minder kansen voor voortplanting en overleving van deze wespspinnen.

Luister, kijk en geniet!

Waardplanten


Foto: Grote brandnetel, bloeiend.

Het groei- en bloeiseizoen neemt af en de meeste dieren (vogels, insecten, zoogdieren etc.), bereiden zich voor op de herfst en komende winter. Veel diersoorten hebben hierbij hun leven te danken aan een ‘gastheer’. Dit zijn planten (of dieren) die nodig zijn voor hun groei, hun vermeerdering of hun larven. Deze ‘gastheren’ worden binnen de flora ‘waardplanten’ genoemd, zoals bv. de grote brandnetel op bovenstaande foto.

Hier en nu beperk ik mij tot enkele insecten en hun waardplanten. Bij vlinders zijn dit planten waarop soms de eitjes worden gelegd, maar meer waarvan de rups leeft. De waardplant dient dan als voedsel voor de rups. Het verdwijnen van dergelijke plantensoorten kan ook het verdwijnen van het insect betekenen.

Brandnetel en dagpauwoog

 
Foto links, bloemen van grote brandnetel, rechts imago dagpauwoog met beschadigde vleugelranden.

 

De dagpauwoog is een middelgrote vlinder, een bont gekleurde soort die algemeen voorkomt, ook op het Rijk van Nijmegen. De belangrijkste waardplant is de brandnetel. Karakteristiek bij de vlinder is de oogvlek op de bovenzijde van iedere vleugel, de onderzijde is donkerbruin gekleurd met donkere strepen. De soort overwintert ook binnen huizen en gebouwen. Ze vliegt van de vroege lente tot in de herfst en is vrijwel overal te vinden waar nectar is. Kan wel drie generaties per jaar hebben.


Foto: Zonnende dagpauwoog imago.

 

De rupsen die van de brandnetel leven, zijn zwart met witte stippen en vallen daardoor op voor iedere rough bezoeker. Deze kleine witte, ronden stippen zijn te vinden over het gehele lichaam. Daarnaast hebben ze rijen zwarte, naar voren gerichte stekels. De rups heeft aan de voorzijde drie paar zwart gelede poten (dit worden later de werkelijke poten aan het borststuk van de vlinder) en een aantal extra pootjes, aan de onderzijde van het midden van het lichaam.

Jonge rupsen blijven eerst bij elkaar in een spinselnest in de toppen van grote brandnetel en verlaten dit als ze groter worden om tot wel vier keer te vervellen en uiteindelijke ongeveer 4 centimeter lang worden. Hierbij vreten ze de gehele brandnetels kaal.

 
Foto links foeragerende rupsen en rechts wandelende rups van de dagpauwoog.

 

Brandnetel en kleine vos

Opvallend oranjekleurige niet zo grote vlinder met gele en zwarte vlekken langs de voorrand van de voorvleugel. De vleugelranden zijn bezet met blauwe maanvormige vlekjes die zwartomrand zijn. Zijn grotere broer is de ‘grote vos’, waarbij de blauwe maanvormige vlekjes ontbreken. De kleine vos vliegt van begin juni tot eind september en kent twee generaties. En ook hier is de waardplant de grote brandnetel. Overwintert.

De rupsen van de kleine vos lijken enigszins op die van de dagpauwoog en komen ook op grote brandnetel als waardplanten voor. Ze zijn echter donkergroen van kleur, hebben geen witte stipjes maar zijn licht gestreept tot duidelijk geel gestreept in de lengte.

 
Foto's links en rechts foeragerende rupsen van de kleine vos.

 

Salomonszegel en salomonszegelbladwesp

Even een heel ander insect, geen vlinder maar een bladwesp, de salomonszegelbladwesp die van eind april tot juni vliegt. Een zwarte vliesvleugelige die aan kleine vlinders doet denken als je ze ziet vliegen. En ook de larven, die op rupsen lijken, zijn geen echte rupsen (alleen bij vlinders), maar schijnrupsen of gewoon larve. Deze zijn lichtgrijs met een zwarte kop. De waardplant van deze soort is de salomonszegel die bij verschijning van de larven volkomen kaal worden gevreten. Overwinteren als pop.

 
Foto's links en rechts imago salomonszegelbladwesp.

 
Foto's links en rechts, foeragerende schijnrupsen van de salomonszegelbladwesp op salomonszegel.

 

Jakobskruiskruid en sint Jacobsvlinder


Foto: Bloeiend Jacobskruiskruid.


Foto: Jacobskruiskruid in bloei.

 

Jakobskruiskruid, in 2021 door het hele land explosief aanwezig in de bermen en elders, ook op het Rijk van Nijmegen met z’n opvallend gele bloemen, is waardplant van de sint-jacobsvlinder. Dit is een dagactieve nachtvlinder die van april tot en met begin augustus vliegt. Een kleine zwarte vlinder met twee rode lengtestrepen langs de vleugels en twee rode vlekken (bloeddrupjes). Vooral op Zuid te vinden.

 
Foto links en rechts imago Sint Jacobsvlinder.

 

Waardplant is het giftige jakobskruiskruid dat door de zebrarupsen (geel met zwarte banden), helemaal kaal wordt gevreten. Door dit gif zijn zowel de rupsen als de vlinder giftig en voor de meeste dieren niet te eten.

 
Foto links en rechts rupsen van Sint Jacobsvlinder op Jacobskruiskruid.

Kijk, luister en geniet!

 

 

Wandeling door de rough

Het is 10 juni 2021, de zon staat hoog aan de hemel, het is warm en voor de boeren tijd om te hooien. De rough op de golfbaan is hoog en vol, goed te zien aan de start van onze wandeling op het Siepke. Het hoge gras staat vol met geel bloeiend Gewoon Biggenkruid.

Terwijl de over het gras vliegende Keizerlibel onze aandacht trekt kruipen op de kort gemaaide greens diverse kevers rond waaronder de Bronzen Glimmer (l) en de Kniptor (r).

 

 
Bronzen glimmer en rechts Kniptor.

 

Bij de poel van het Siepke treffen we diverse libellen en juffers aan, waarbij de een direct al vliegend opvalt, maar de ander bijna wordt platgetrapt. En we hebben geluk vandaag, er wordt een zeldzame Plasrombout aangetroffen.

 
Zonnebaden is hun hobby, links de Plasrombout op het kale stukje pad en rechts op de steen een Gewone overlibel.

 

 


Zeldzame Plasrombout.


Gewone oeverlibel.

 

Van de juffers is zowel hier als ook elders door de baan een diversiteit aan uitvoeringen waar te nemen.

 
Lantaarntje en Azuurwaterjuffer.


Blauwe breedscheenjuffer.

 

Terwijl op Zuid druk gemaaid wordt en de vlag te midden van rijke rough staat, bloeit het vingerhoedskruid volop.

  

 

Opvallend weinig grotere dagvlinders maar wel veel micro’s zoals de grasmotten en tot groot genoegen de fraaie Sint-Jacobsvlinder die haar eitjes afzet op het Jacobskruiskruid. Maar gelukkig ook de fraaie Hooibeestjes.

 
Streepjesgrasmot en Vroege grasmot.

  
Sint-Jacobsvlinder


Hooibeestje.

 

Ook in het oog springend in de rough zijn de vertegenwoordigers van de boktorren, longhorns in het Engels vanwege hun lange antennes. Maar niet minder fraai zijn de kleuren.

  
Gewone distelboktor                                                    Kleine zwarte smalboktor

 


Kleine wespenboktor.

 


Geringelde smalboktor
.

 

En ook in deze periode, of eigenlijk het hele jaar door, is de natuur druk met de instandhouding van de soort en dat betekent voortplanting!  En wat moet daarvoor gebeuren? Er moet gegeten worden! En in de natuur is het eten of gegeten worden.

De flora bloeit, het stuifmeel bevrucht, zaden worden gevormd en verspreid om zich voort te planten. De nimfen van diverse insecten vervellen en groeien uit naar volwassenheid. Insecten zijn nog volop aan het paren om daarna eitjes af te zetten.

  
Kersen rijpen.                                                                   Nimf van Spitskopje (sprinkhaan).

 

     
Parende Pyamaschildwantsen.                                      Parende Borstelroofvliegen.

 


Borstelroofvlieg met prooi.

Al wandelend naderen we de poel op Oost 3 om even pas op de plaats te maken voor golfers, om vervolgens te genieten van de cyclus bij de groene kikker en steken dan door naar Oost 8, waar ook de rough volop staat te bloeien.

 

    
Groene kikkers.

 


Bloeiende rough met zicht op Oost 3.

 

Opvallend ook zijn de vele klavers die veel insecten aantrekken maar menig golfer de nodige problemen bezorgt als de bal daarin ligt. Maar over klaver gesproken, er groeit nogal wat, de witte klaver, rode klaver, gewone rolklaver en kleine klaver. Keuze genoeg om de bal te verstoppen.

   
Witte klaver met opvliegende Steenhommel en Rode klaver.

 

  
Gewone rolklaver en Kleine klaver.

 

Doorlopend naar de vleermuizenkelder in de rough naast hole Oost 4, komen we in een rijk rough-gebied waar de gele Brem rond Hemelvaart volop staat te bloeien en waar het lijkt of de korenbloem terug is. Helaas is dit geen Korenbloem maar het erop lijkende familielid Knoopkruid.


Gewoon knoopkruid met een Gewone koekoekshommel.

 

De rough hier is fraai, gevarieerd en rijk aan insecten, uiteenlopend van kevers, vlinders, sprinkhanen, libellen en zweefvliegen.


Grote klaproos.

 


Blik vanuit de rough op green hole Oost 4.

 

   Wormkruidhaantje.                                                        De zeldzame Franse silene.

 

Voordat we oversteken naar de poel bij de tee van Noord 6, nog even genieten van de vele rupsen in het spinselweb van de Kardinaalsmutsstippelmot waarmee veel Kardinaalshoedstruiken nu bezet zijn.

 

 

Rond de poel en langs de bosrand treffen we enkele bloeiende Ereprijssoorten aan, te weten Mannetjesereprijs en de Tijmereprijs.

 

  
Mannetjesereprijs en de Tijmereprijs.

 

De poel op Noord 6 heeft verschillende stadia van de Gewone pad meegemaakt, zoals de luide concerten om vrouwtjes te lokken, het leggen van eitjes en nu het bieden van leefruimte voor de larven, honderden.

  
Kikkervisjes van de Gewone pad.

 

Voor we naar de grote vijver gaan tussen Noord 9 en Oost 1, eerst even speuren in de waste lands langs Noord 4. Kijken of de in dit biotoop levende Bastaardzandloopkevers, echte roofkevers, weer aanwezig zijn en dat zijn ze. Maar ook in de rough ernaast is van alles te ontdekken waaronder Voorjaarsgoudhaan, balancerend op een grashalm  en het kleine, fraai gekleurde Geishavlindertje.

  
Voorjaarsgoudhaan, balancerend op een grashalm  en het kleine, fraai gekleurde Geishavlindertje.

 

  
Bastaardzandloopkever.

 

Ook rond en in de vijver tussen Noord 9 en Oost 7 is er diversiteit in leven waar te nemen waarbij in deze tijd de vele tientallen aanwezige Driehoekeendagsvliegen opvallen, hangend in het hoge gras aan de grashalmen. Daarnaast zijn op de bloeiende Gele lissen zowel de Lisboorders actief, kleine langneuskevers en rupsen van de Echte bladwesp.

 

  
Driehoekeendagsvlieg.                                                 Lisboorder.

 

 


Rups van Echte bladwesp.

 

Voordat we de wandeling op het terras beëindigen is het goed nog even te controleren op teken en we hebben geluk, deze vast gezette jonge Schapenteek is ontdekt en kan tijdig worden verwijderd.

   
Jonge Schapenteek vastbijtend in de huid.

 

Kijk, luister en geniet!

 

 

 

Vroege bloemen en insecten


Foto: Citroenvlinder op paardenbloem.

Al vroeg in het voorjaar kleurt op verschillende rough-plaatsen door de baan de bodemvegetatie met paarse, gele of witte bloemen. En deze bloemen trekken weer de eerste, actieve insecten aan. Moet ook wel als we bedenken dat de insecten etende vogels en dieren er samen vele duizenden per dag eten en dat elke dag weer!

Goed, laten we er eens een viertal nader bekijken, te weten de dovenetels, paardenbloem, gewoon speenkruid en smeerwortel.

 

Dovenetel (Lamium)

 
Foto's: Links veld met paarse dovenetel, rechts de witte dovenetel.

Deze opvallende planten met paarse, witte of gele lipbloemen lijken met hun blad wel op brandnetels maar zijn verre van dat. Naast dat veel vroege insecten gek zijn op de nectar, van deze veelal op stikstofrijke grond groeiende planten, zijn ze ook bruikbaar voor de mens (bloem en blad kan worden gegeten en van gedroogd blad kan thee worden getrokken – bekend in de volksgeneeskunde).

 

Paardenbloem (Taraxacum)

 
Foto's: Links veld met paardenbloemen, rechts een paardenbloemplant.

Echte voorjaarscomposiet met opvallend gele bloemhoofdjes met veel gele lintbloemen. De eetbare paardenbloembladeren zijn bekend als ‘molsla’. Bekend in de kruidengeneeskunde en als veevoer, maar bovenal als mooi geel bloeiende plant die nagenoeg overal voorkomt.

 

Gewoon speenkruid (Ficaria of: Ranunculus), typische voorjaarsbloeier uit de ranonkelfamilie en knolvormend. In een tapijt van groene bladen, laag bij de grond verschijnen de grote gele, veelstervormige bloemen en groeien veelal op vochtige plekken.


Foto: Bodembedekkende begroeiing met gewoon speenkruid.

 

Smeerwortel (Symphytum) die vooral rond de vijver op Oost 1 groeit en opvalt door de ruw aanvoelende bladeren en stengels en bovenal de hangende witte tot roodpaars kleurende, klokvormige bloemen. De hommels met een lange tong zijn gek op de nectar,  kleinere insecten of hommels met kortere tong, boren een gaatje in de kroonbuis om bij de nectar te kunnen.


Foto: Bloeiende smeerwortel.

 

Al golfend zien we niet alles wat er op en rond deze bloemen gebeurt of blijft het beperkt tot het waarnemen van een stipje, vlek of ‘een beestje’ op de bloem. Laten we ze eens van wat dichterbij bekijken.

 

Opvallend zijn de vertegenwoordigers van de hommels, meer bekend als dikke, wollige bijen die soms opvallend gestreept zijn. Welke treffen we dan vroeg in het voorjaar aan? Bijvoorbeeld de aardhommels, akkerhommel en de tuinhommel.

 
Foto's: Links een vertegenwoordiger uit de aardhommelgroep op paarse dovenetel, rechts dichterbij gehaald.

 

 

 
Foto's: Links een akkerhommel op witte dovenetel, rechts van naderbij bekeken.

 

 

 
Foto's: Links witte dovenetel bezocht door een tuinhommel, rechts van naderbij bekeken.

 

 

Van de bijen zijn het voornamelijk de groefbijen, honingbij, asbij en de gewone sachembij.

 
Foto's: Links paardenbloem bezocht door een groefbij, rechts van wat dichterbij gezien, beplakt met stuifmeel.

 

 


Foto: Het achterlijf van een honingbij op paardenbloem met de pootjes vol stuifmeelkorrels.

 

 

 
Foto's: Links een wollig ogende asbij op een paardenbloem, rechts uitvergroot.

 

 

 
Foto's: Links tussen zijn drachtplant de smeerwortel, de hommelachtige gewone sachembij, rechts van dichtbij.

 

 

Ook kevertjes zijn er vroeg bij, zoals het glanskevertje en soorten lieveheersbeestjes, maar ook de vuurwants (wantsen zijn geen echte kevers).

 
Foto's: Links op een paardenbloem een piepklein kevertje, een glanskevertje ook wel bloemkevertje.

 

 

 
Foto's: Links een kevertje op paardenbloem, een zestienstippelig lievenheersbeestje, foto rechts.

 

 


Foto: Paardenbloem bezocht door een vuurwants.

 

 

Van de zweefvliegen bv. de opvallende pendelvlieg en de kegelbijvlieg en van de sprinkhanen?


Foto: Fraai getekende gewone pendelvlieg bezoekt hier een paardenbloem.

 

 

 
Foto's: Links een zweefvlieg op bloem van gewoon speenkruid, nader bekeken een kegelbijvlieg, foto rechts.

 


Foto: Nimf van de grote groene sabelsprinkhaan op paardenbloem.

 

Het blijft opletten geblazen en vooral goed uitkijken, ook voor rondvliegende golfballen!

Kijk, luister en geniet!

 

 

 April 2021, sneeuw, vogels en bloesem

 

 
Voor deze zanglijster toch even vreemd, 6 april 2021 als er sneeuw ligt op het moment dat er aan het nest wordt gewerkt.

 

 

 
De volgende dag, 7 april 2021 nog erger, overal sneeuw. Zowel het vrouwtje huismus (links), als het mannetje merel moeten toch wel even wennen.

 

 


Van korte duur, maar op 7 april 2021 was golfbaan 'Het Rijk van Nijmegen' toegedekt met een aardig laagje sneeuw en waren er geen wintergreens maar was het een winterbaan!

 

 


Donderdag 8 april 2021 is alles weer richting het voorjaar en tijd voor een wandeling over de baan. Deze roodborst heet ons welkom op het Siepke.

 

 

 
Geen tijd voor ons heeft deze koolmees, die is met het naderende voorjaar nog druk opzoek naar een woning, in het bronnenbos naast het Siepke.

 

 


In de kleine poel, een bron die als start van de Siep in het bronnenbos ligt verstopt, houdt deze wilde eend zich op. Een woerd waarvan het vrouwtje waarschijnlijk ergens zit te broeden in de nabije omgeving.

 

 


Luid gakkend vliegen twee Nijlganzen (exoten), over die neerstrijken op NB hole 15 bij de kleine vijver. Deze ganzensoort broedt in bomen. Tijdens de Coronarust vorig jaar zijn op de vijver Oost 1 drie jongen grootgebracht.

 

 

 
Om vogels te spotten moeten we soms goed opletten aangezien veel vogels zich ophouden tussen de takken, zoals hier op links de buizerd en rechts de huismus.

 

 


Op diverse plaatsen zoals hier langs Zuid 6, staan momenteel de sleedoorns volop in bloei.

 

 


Maar ook door de baan op diverse plaatsen de bloeiende zoete kers zoals hier tussen Zuid 4 en 6.

 

 


Veel vogels scharrelen onder de struiken, zoals hier in het bosje met de oude schuilhut naast de tee van Zuid 4, naar voedsel of nestmateriaal. Ook deze grote bonte specht liet zich daar fotograferen.

 

 

 
In de bloeiende fruitbomen naast Oost 4 scharrelen de spreeuwen die nog geen nestgelegenheid hebben gevonden of wachtende mannetjes. Prachtig gespikkelde vogels met een grote, fel gele snavel en altijd in groepen (zwermen), waar te nemen op de fairways.

 

 


Toch wel bijzonder, dankzij de hagen (meidoorn, sleedoorn en bottelroos) en tot grote vreugde van vele vogelaars is het jaarlijks terugkerende paartje roodborsttapuiten, dat hier in de rough naast Oost 7 haar territorium heeft. Links mannetje, rechts vrouwtje.

 

 

 
Ook vandaag treffen we op Noord - Oost, langs de Zevenheuvelenweg, weer twee opvallende roofvogels aan. Links de vaak biddend boven de baan staande torenvalk en rechts de luid roepende buizerds.

 

 


De rough tussen tee Noord 6 en bosrand, is een geschikt terrein voor een nestelende wilde eend, waarvan de woerd zich hier verstopt in het riet van de kleine poel daar.

 

 

 
Diezelfde poel is de habitat voor zowel de groene als de bruine kikker en de pad. Na enorme concerten een week voor ons bezoek, ligt de poel nu vol met dril (eitjes), van de bruine kikker. Elke zwarte punt is een eitje en hoopt uit te groeien van dikkopjes tot kikkervisjes tot kikkers.

 

 


Om de hoek van het bos (out of bounds), van Noord 6, staat de gaspeldoorn volop in bloei. Pas op, deze struiken bevatten spijkerdikke en vlijmscherpe doornen.

 

 

 
Wachten en speuren werd ook tijdens deze wandeling beloond. Altijd is het geluid van de aanwezige goudvinken te horen op de tees van NB 7 en 8 en 12 en 13, verstopt in het dichte struikgewas. Hier in beeld het prachtige mannetje.

 

 


Op de terugweg worden vele fouragerende merelmannetjes waargenomen, met hun in de paartijd zo fel kleurende oranje snavel.

 

 

 
Leuk is telkens weer de ontmoeting met dit kleine vogeltje, bijna zonder snavel en naar verhouding lange staart, de staartmees op NB 14.

 

 


Deze wandeling zit er weer op en afsluitend is het genieten van de bloeiende zoete kersen tussen NB 10 en 14.

 

Kijk, luister en geniet!