Menu

Flora en Fauna

Flora en fauna

Het ca 145 ha grote golfterrein van Het Rijk van Nijmegen bevat verschillende biotopen en specifieke habitats. Samen met de wijze van gebruik en beheer, ecologisch een terrein met een grote biodiversiteit. In recent verleden al door ondergetekende weergegeven in de boeken 'RIJK aan VOGELS' en 'INSECTEN RIJK'.

Waarnemingen van alles aspecten met betrekking tot flora en fauna worden op gezette tijden binnen deze website weergegeven om onze leden hiervan kennis te laten nemen.

Voor meer aspecten van flora en fauna algemeen op golfbanen, verwijs ik ook graag naar: http://www.golfbaanhandboek.nl/onderdeel/natuur

 

  hermanberteler@yahoo.co.uk  

 

Dassen! Geen lariekoek.

Het Rijk van Nijmegen, Zuid 9, een par 5 van beneden naar boven en de kans is er dat je vanaf de tee de bal rechts van de fairway speelt. Resultaat? Mogelijk in ‘beschermd’ gebied, in ieder geval in de rough en dat wordt zoeken!

De bosjes op de top van de fairway, net waar deze breder gaat worden, zijn omlijnd met een blauw koord en voorzien van blauwe paaltjes met groene kop en een drietal borden met foto en de tekst NO GO AREA. Daaronder nog vermeld, “In verband met de aanwezigheid van een dassenburcht is het verboden om dit gebied te betreden. Bedankt voor uw begrip.”

Hierbinnen dus géén ballen zoeken!

En dit is echt niet voor de flauwekul of lariekoek getuige ook bijgaande filmpjes die onze greenkeeper Freek Snel beschikbaar heeft gesteld.

/resources/media/Filmpjes/05040015.AVI

/resources/media/Filmpjes/05050035.AVI

Wat zegt Wikipedia over de das?

De das is een roofdier behorend tot de familie der marterachtigen. De wetenschappelijke naam van de soort werd als Ursus meles in 1758 gepubliceerd door Carl Linnaeus. De das is een van de drie soorten uit het geslacht Meles. Hij verblijft overdag in een netwerk van ondergrondse tunnels, dat een burcht wordt genoemd.

Lengte: 71 cm (Volwassen) Encyclopedia of Life

Conserveringsstatus: Niet bedreigd (Stabiel).

 

Luister, kijk en geniet!

 

Vogelteldag (NGF Bird Watching Day), zaterdag 7 mei 2022

Na 2 jaar geen dag van vogels tellen op de Nederlandse golfbanen (wegens Corona), was zaterdag 7 mei toch wel een spannend moment. Maar het werd een geslaagde dag, aangevuld met 6 leden. Onder bezielende leiding van greenkeeper Freek Snel werd van 07.00 uur tot 09.30 uur over alle lussen van het golfterrein gewandeld waarbij intensief werd gekeken en geluisterd naar onze gevederde vrienden.

 

 

Maar ook andere onderdelen van het leven door de baan kregen de nodige aandacht, zoals de aanwezige zoogdieren, insecten, bomen, heesters en planten.

 

 
Foto: Boshyacinth.                                                        Foto (M. de Bruyn): Oranje tip op Look zonder look.

 

 
Foto's: Konijn, links mogelijk jong van uitgezet tam konijn, rechts de natuurlijke vorm.

 

Net als de Early Birds was ook deze groep waarnemers dus vroeg op pad om onder de toenemende warmte van een steeds hoger klimmende zon, te genieten van de natuur. Op Noord 4 waren we getuige van de vangst van een muis door een biddende torenvalk.
Tegen 09.30 uur werd de tellijst van de NGF Bird Watching Day ingevuld en kon de oogst van deze geslaagde dag worden opgemaakt. Maar liefst 49 vogelsoorten konden worden aangekruist.

 
Foto's: Ook op de teldag was het mannetje mandarijneend aanwezig op NB 15.

 

 
Foto's: Overal op de fairways zijn spreeuwen opzoek naar voedsel voor hun jongen in nestkasten en holle bomen.

 

 
Foto's: Zien we in de buurt van water de wilde eend zoeken naar voedsel, langs de bosrand is het o.a. de grote lijster.

 

 

 


Foto's: Ook de torenvalk zocht naar voedsel en deze keer was het raak!

 

 
Foto's: Op verschillende plaatsen door de baan heeft de kneu zich genesteld en territorium afgezet.

 

 
Foto's: Is de ene soort actief met fourageren, de fitis (links) en de zanglijster (rechts) hielden zich bezig met zang.

Na een toch wel intensieve wandeling en veel genieten, kon in het clubhuis worden genoten van het de door het Rijk aangeboden ontbijt en nog wat worden nagepraat over de ervaringen.

 

Luister, kijk en geniet!

 

 

Wandeling 19 maart 2022

 
(Foto links, witte kwikstaart, foto rechts zanglijster.)

De zon schijnt heerlijk maar de wind is guur en hard, bomen en struiken staan te zwiepen, afwachten maar weer. De ontvangst op het Siepke is aardig, een fouragerende witte kwikstaart en in de bosrand een mooie zanglijster. Aan het watertje is nog weinig leven waar te nemen, wel vliegt er een gehakkelde aurelia en strijden mannetjes merels om hun territorium.

In het grasveld staat nog een indrukwekkende, oude en geheel geopende ruitjesbovist, een stuifzwam.

 

 
(Foto links mannetje merel en rechts de gehakkelde aurelia.)

 


(Foto: Oud vruchtlichaam van ruitjesbovist.)

 

De voettocht gaat verder het bospad op naar Zuid 7, langs veldjes van goudgeel bloeiend gewoon speenkruid (Ficaria verna) en worden daar verrast door een in de strooisellaag rondscharrelend mannetje grote bonte specht. En natuurlijk worden we er welkom geheten door een roodborst die af en toe luid van zich laten horen.

 
(Foto's van mannetje grote bonte specht.)

 


(Foto: Gewoon speenkruid - Ficaria verna.)

 


(Foto: Roodborst.)

 

 
(Foto's: Gaai of Vlaamse gaai.)

Op Zuid klinkt het welkomstgeschreeuw van de gaaien of Vlaamse gaai die als altijd al op grote afstand laten weten je te hebben gezien! De prachtig blauwe spiegel op de vleugel is kenmerkend van deze tot de kraaiachtigen behorende, roofzuchtige broedvogel op onze golfbaan. Opvallend hier zijn de momenteel bloeiende wilgen (Salix spec.) zoals de boswilg (Salix caprea). Deze naaktbloeiers (voor de verschijning van het blad) of windbloeiers (stuifmeel wordt verplaatst met de wind) zijn getooid met katjes en trekken vooral de eerste soorten bijen en hommels.

 
(Foto's: Bloeiende boswilg of Salix caprea.)

 

En door het verwarmende zonnetje zijn ook de eerste insecten weer actief op het oude blad van de braamstruiken, zoals hier de kegelbijvlieg, een soort zweefvlieg. Bijvliegen zijn vrij robuuste zweefvliegen binnen de tweevleugeligen. De kegelbijvlieg komt het gehele jaar voor maar alleen voor de dag als de zon schijnt!

 


(Foto: Kegelbijvlieg - een zweefvlieg.)

 

 
(Foto links mannetje vink en rechts een koolmees.)

De wandeling gaat verder, dwars door het Villabos, over Oost 3 naar de rougstrook langs Zevenheuvelenweg en Oost 4. In het bos is het opvallend rustig wat vogels betreft, wel kraken en zwiepen de bomen in de harde wind. Dan horen we boven ons het gemiauw van een buizerd en met de lens rechtomhoog krijgen we hem even tussen de kruinen door te zien. Hij of zij heeft mij al veel langer waargenomen!

Minder luidruchtig maar wel aanwezig zijn enkele vinken en koolmezen en natuurlijk de roodborst. En ook op Oost 4 is de roodborst samen met de pimpelmees de enig waar te nemen soort op deze winderige dag.

 

 
(Foto's links en rechts een roodborst.)

 

 
(Foto: Buizerd.)

 

 

 
(Foto's: Zonnende dagpauwoog.)

Terwijl de kruidenlaag in de rough langs Oost 4 nog in diepe rust is, warmt een dagpauwoog zich in het zonnetje op op een dikke steen. Een pimpelmees zoekt naarstig naar voedsel in de jonge opslag van brem (Cytisus scoparius) en een ander voorteken van het naderende voorjaar is de bloeiende sleedoorn (Prunus spinosa) nabij de 'boerderij' (nu B&B). Maar ook de nestelende zwarte kraai in de kruin van een van de straatbomen is een teken.

 
(Foto links, pimpelmees in bremstruik en rechts bloeiende sleedoorn - Prunus spinosa.)

 

 
(Foto links: Boven in boomtop een nestelende zwarte kraai. Rechts een roodborst.)

 


(Foto: Nieuw biotoop van houtachtigen, een strook struiken langs de bosrand op Oost 6.)

De wandeling gaat verder door de rough tussen de Zevenheuvelenweg en Oost 7, richting 'de hel', naar de green van Oost 6. Helaas (nog) geen roodborsttapuit waar te nemen in dit voor hen zo geschikte biotoop, mogelijk volgende week?

Vanaf de hoge tee op Oost 7 hebben we fraai zicht op de brede, nieuw aangelegde struikenrand. Hier heeft de kruidenbiotoop plaats gemaakt voor houtachtigen en kunnen we uitkijken naar wat dit straks aan biodiversiteit geeft. De wandeling gaat verder naar Noord 6, waar de rietpluimen in de ondergaande zon van zilver lijken te zijn. Het is de habitat van diverse waterdieren en amfibieën, deze kleine poel aan de voet van de tee Noord 6. Op afstand is al te horen dat er kikkers zitten en evenlater zijn de groene kikkers in de poel goed zichtbaar. Straks zal de poel weer vol zitten met afgezette eitjes (kikkerdril).

 


(Foto: Rietpluimen in de poel op Noord 6 - Phragmites australis.)

 


(Foto: Groene kikker in de poel op Noord 6.)

Verder wandelend staat op de hoek van het bos, rechts naast de fairway, de gaspeldoorn (Ulex europaeus) in volle bloei. De vele gele bloemen doet veel mensen denken aan brem (Cytisus scoparius), beiden behoren tot de vlinderbloemenfamilie. In tegenstelling tot de brem is de gaspeldoorn voorzien van enorme doorns en voor golfers geen plant om je bal in te zoeken.

Ook genieten is het van een biddende torenvalk boven de fairway, die gelukkig met enige regelmaat weer is waar te nemen boven onze golfbaanlussen. Deze heeft duidelijk moeite om zich in de straffe wind op z'n plaats te houden.

 
(Foto links: Bloeiende gaspeldoorn - Ulex europaeus, foto recht, biddende torenvalk.)

De Derdebaan overstekend rechtsaf, komen we in een specifieke habitat, de waste lands (zandbedden) van Noord 4, waar bijna altijd wel iets leuks is waar te nemen. Nu zijn het de driftig naar geschikte plaatsen zoekende grote zijdebijen, solitaire bijen die in deze tijd leven van de nectar van de nu bloeiende wilgen (Salix spec.) en tot wel 100cm lange gangen graven in het zachte zand.

In de rough eromheen vliegen aardhommels, sociale hommels die uit grondnesten komen waarin ze in grote aantallen samenleven. Met de warmer wordende zon vliegen ze steeds veelvuldiger.

 

 
(Foto: Grote zijdebij in zand-habitat. Foto rechts: Vliegende aardhommel in de rough.)

 


(Foto: Zanglijster.)

Opweg naar Noord 2 en de Postweg, wordt in het bosje naast de green van Zuid 1 nog even genoten van een in de strooisellaag scharrelende zanglijster. Deze kunnen nu al wel een nest hebben. Tegen de avond laten ze veelal hun kenmerkende zang luidkeels horen vanuit de hoogste boomtop.

Helaas worden 'onderin', NB 11 en 12 vandaag geen goudvinken waargenomen, niet gehoord en niet gezien. Wel springt de plukplaats van een sperwer of een havik in het oog, in de groenstrook langs hole NB 13. Van de geslagen houtduif resten slechts de veren die in een grote cirkel zijn achtergebleven.

 

 

 
(Foto links: Plukplaats van sperwer of havik, met restanten van houtduif. Foto rechts en onder, mannetje grote bonte specht.)

Terug bij het clubhuis in het stuwwalbos vertonen twee grote bonte spechten nog even hun liefdesdans, altijd een boeiend schouwspel en duidelijk teken van naderend voorjaar. Afsluitend gaat het via het bronnenbos richting de Siep en daar laat zich nog even een reebok zien, maar laat zich helaas niet fotograferen. Een volgende keer misschien. Na 5,5 uur wandelen is het goed zo!

 

 

Kijk, luister en geniet!

 

 

 

 

 

 

 

Wandeling 19 februari 2022

 

Daags na de storm Eunice, 19 februari 2022, ben ik gaan wandelen over het golfterrein en werd al snel verwelkomd door de pimpelmees (foto linksboven). In kleine groepen trekken deze kleine, fraai gekleurde vogels door struiken en bomen opzoek naar voedsel. Ook op de grond, in de strooisellaag onder de bomen en struiken is activiteit zoals hier van de vink (foto rechtsboven).

 

Verderop tref ik ook op de grond de gaai of zoals vroeger genoemd, de Vlaamse gaai aan (foto boven), waarvan de blauwe spiegel op de vleugel, de zwarte veerpunten met witte vlek en de baard op de kop opvallen. Met veel lawaai vliegt de vogel, vaak vergezeld van soortgenoten, op in de bomen om het voedsel elders te zoeken.

 

 

In de struikenrijke biotopen ontmoet ik al snel de bijna tropisch aandoende koolmees (foto linksboven), ook vaak groepsgewijs scharrelend door het struikgewas opzoek naar luizen, rupsen, mijten en ander klein grut. Minder opvallend in deze tijd maar niet minder fraai is de heggenmus (foto rechtsboven), een zangvogel die naast het mooie grijs ook een prachtig patroon van bruine strepen draagt op de rug en vleugels.

 

Leuk is altijd de ontmoeting met een winterkoning of winterkoninkje (foto boven), al valt dit niet altijd mee aangezien ze zich veelal ophouden in dicht struikgewas, braamstruiken of rommelplaatsen als houtopslag, takkenhopen en puinhopen. Opvallend aan deze kleine vogel is het rechtopstaande staartje.

 

 

Waar en wanneer je ook over het golfterrein wandelt, altijd word je wel geconfronteerd met de nieuwsgierige roodborst (foto linksboven), direct herkenbaar aan de rode borst. Vaak is dit aan de bosrand bij struikgewas en braamstruiken of hagen. Minder opvallend (straks wel tijdens de zang), is de zanglijster (foto rechtsboven), iets kleiner dan de merel en aan de voorkant direct te herkennen aan de witte buik en borst voorzien van donkere vlekken.

 

 

Wel opvallend en in het oog springend zijn de momenteel bloeiende struiken van de gele kornoelje (Cornus mas) (foto's links- en rechtsboven). Bijzonder? Nee, deze rode, eetbare vruchten dragende struiken zien we op de lussen Oost en Zuid en bloeien van januari - maart. Met enkele katjesbloeiers (wilgen - Salix), onze eerste voorjaarsbodes al is het nog vroeg!

 

 

Stormen zijn de tuinlieden van de natuur, dode, zieke of door rot of schimmel aangetaste bomen leggen dan het loodje net als dood hout in de gezonde boom. Naast enkele slachtoffers van storm Eunice in het bronnenbos (naast het Siepke), is dit (foto's links- en rechtsboven), het eerste slachtoffer dat ik op mijn wandeling tegenkom, in de rhododendronrand langs de tee van 3 Zuid. Het laten liggen van dit dode hout biedt mogelijkheden voor een nieuw ecosysteem (verzameling van levensgemeenschappen van planten, dieren en micro-organismen).

 

Ook deze door rot aangetaste berk (Betula) (foto boven) heeft het niet gehouden en is halverwege de stam afgescheurd. Dit is op hole 2 Oost, naast hole 8 Noord. De resterende stam behouden is behoud van broedgelegenheid (zie hol in de stam) voor holenbroeders als bv de spreeuw, grote bonte specht, boomklever, pimpelmees, koolmees e.d.

 

 

Anders gesteld is het met deze afgeknapte douglasspar (Pseudotsuga) (foto's links- en rechtsboven), die vermoedelijk door een draaiwind is geknapt. Goed te zien is dat de gesplinterde stam gezond kernhout bevat. Dit is op de binnenplaats bij het toiletgebouw op Zuid, bij de depots van de greenkeepers.

 

 

In het villabosje ontmoet ik de eekhoorn of Europese rode eekhoorn (foto's links- en rechtsboven), ondanks de zachte winter toch druk met vergaren van voedsel. Het zijn vaste bewoners in de beperkte bospercelen op Het Rijk van Nijmegen en brengen elk jaar enkele jongen groot.

 

Ook vaste gast, zelfs standvogel en broedvogel, is de zwarte kraai (foto linksboven), in voorjaar, zomer en najaar ook bekend als beschadiger van fairways, opzoek naar bodeminsecten. De zwarte kraai is op de raaf na de grootse van de kraaienfamilie waartoe ook de roek, kauw, bonte kraai, ekster en gaai behoren. Boven mij zweven twee grote roofvogels, vaak direct te herkennen door het miauwende geluid, de buizerd (foto rechtsboven). Deze tot de familie van de havik behorende roofvogel is standvogel en broedvogel op Het Rijk van Nijmegen en dagelijks boven en op het gehele golfterrein (ca. 150 ha.), waarneembaar.

 

Nog even langs de vijver tussen Noord 9 en Oost 1 wandelen, waar ik aangenaam verrast wordt door twee paartjes wilde eend (foto boven), waarbij de mannetjes opvallen met hun prachtige kleuren. Of ze blijven nestelen?

 

Kijk, luister en geniet!

 

 

Biodiversiteit

Bijna dagelijks worden we via radio, tv, kranten en tijdschriften alsook via de moderne social media geconfronteerd met het woord biodiversiteit.

WikipediA zegt hier het volgende over:

Biodiversiteit of biologische diversiteit is een graad van verscheidenheid aan levensvormen binnen een gegeven ecosysteem zoals bv. de golfbaan, meer gedetailleerd de verschillende biotopen, nog fijner de habitats en nog kleiner bv. een boom!

    
Foto’s: Links een boom als ecosysteem, rechts waargenomen levensgemeenschappen op de golfbaan.

 

Een ecosysteem is nl. de verzameling van levensgemeenschappen van planten, dieren en micro-organismen dat een geheel vormt en dat voortdurend in beweging is. Zo is de variatie aan leven in een levende boom anders dan in een dode boom.

Terugbrengend tot onze golfbaan, richten we ons op de verscheidenheid aan verschillende ecosystemen, de verscheidenheid aan verschillende soorten binnen een ecosysteem en de genetische variatie binnen een soort. Om de staat daarvan aan te geven, kijken we naar de biodiversiteit,  de soortenrijkdom en dat van alle levende organismen.

Bekende levensvormen op de golfbaan zijn:

 
Foto’s: Vogels als links de groene specht en rechts de havik.

 

 
Foto’s: Zoogdieren als links de rode eekhoorn en rechts het ree.

 

 
Foto’s: Insecten als links een bloedbij en rechts een wespenboktor.

 

 
Foto’s: Vlinders als links de kleine vuurvlinder en rechts landkaartje.

 

 
Foto’s: Cicaden als links de rhododendroncicade en spinnen als rechts de wespspin.

 

 
Foto’s: Mossen als links en rechts haarmos.

 

  
Foto’s: Korstmossen als links groot dooiermos en rechts heksenvingermos.

 

 
Foto’s: Zwammen als paddenstoelen, links groot kalkschuim, rechts vliegenzwam.

 

 
Foto’s: Reptielen als links zandhagedis en amfibieën als rechts bruine kikker.

 

   
Foto’s: Juffers en libellen als links de azuurwaterjuffer en rechts een paardenbijter.

 

 
Foto’s: Waterleven als links bootsmannetje en rechts de vissen.

 

   
Foto’s: Planten, kruidachtigen in de rough.

 

 
Foto’s: Planten, houtige als heesters en struiken.

 

 
Foto’s: Planten, houtige als naald- en loofbomen, solitair, in groepen of als bos.

 

 
Foto’s: Planten als varens, links adelaarsvaren, rechts mannetjesvaren.

 

Om de gezondheid hiervan te meten of mogelijk de achteruitgang ervan, worden waarnemingen geregistreerd en vergeleken met historische gegevens of gegevens uit vergelijkbare gebieden.

 
Foto’s: Links de boerenzwaluw die voorheen op de binnenplaats en in schuilhut NB 8 broedde. Rechts de boompieper die gevoelig is voor veranderingen in het biotoop.

 

De verscheidenheid aan levende organismen op onze golfbaan hangt nauw samen met het klimaat, de grondsoort, de omgeving (bos, landbouw, bewoning, industrie, verkeer e.d.). Maar vanzelfsprekend en misschien wel het sterkst en meest direct door invloeden vanuit gebruik, beheer en onderhoud, waterhuishouding, bemesting, gebruik van chemische middelen etc.

 
Foto’s: Ook begrazing door schapen, foto links, heeft invloed op de diversiteit net als hekwerken plaatsen tegen het bezoek van zwijnen. Rechts fairwayschade na bezoek van zwijnen.

 

 
Foto’s: Verlies van waardplanten kan soorten doen verdwijnen zoals hier links Jacobskruiskruid als waardplant voor de vlinder en rupsen van, rechts, de Sint Jacobsvlinder.

 

Verandering aan biodiversiteit op de golfbaan vindt ook plaats door natuurlijke verandering van biotoop of habitat, zoals het groter worden van struiken en bomen, rijkere begroeiing of juist verarming ervan in de rough, dichtgroeien van poelen, omgevallen bomen enz.

 
Foto’s: Opvoeren van waterpartij of aanplant van hagen beïnvloedt de biodiversiteit.

 

Wereldwijd en ook in ons land staat de biodiversiteit onder druk. Sinds 1950 zijn alleen al in ons land 70 soorten hogere planten verdwenen (bron:WikipediA), het aantal broedvogelsoorten is in dezelfde periode met een derde afgenomen en ook bij de insectenpopulaties wordt sedert het begin van de 21e eeuw een opmerkelijke terugval genoteerd.

 

 
Foto’s: Geschiktheid voor zoogdieren als de das links en de boomklever rechts.

 

 
Foto’s: Geschiktheid voor het nestelen van bv. wespen links of zandbijen rechts.

 

Binnen veel golfclubs, zeker de GEO-gecertificeerde banen, wordt via specifieke commissies tijd en aandacht besteed aan problemen als biodiversiteit en duurzaamheid en richt men zich actief op monitoring, behoud en verbetering hiervan (helaas niet binnen onze club!).

Waarnemingen van biologische organismen worden veelal geregistreerd via https://waarneming.nl in Nederland en wereldwijd via https://www.inaturalist.org.  Daarmee zijn de beschikbare gegevens nog niet volledig, maar wel informatief. En wij mogen ons gelukkig prijzen met een golfterrein van ca. 150 ha. of 1.3 km2, met meer dan 825 waar te nemen soorten, een aantal dat vele malen hoger zal zijn bij intensiever onderzoek. Geen reden om achterover te leunen! Wél om tijdens een rondje golf van te genieten.

 

 
Foto’s: Links iNaturalist en rechts waarneming.

Kijk, luister en geniet!

 

Kleine wintervlinder (Operophtera brumata)

Pas na de eerste nachtvorsten vliegen de mannetjes, soms vele tientallen, in de avondschemering bij vochtig weer uit. Zij houden van een temperatuur van 0 tot 10 gr. en vliegen tot en met deze maand, december.

De vleugels zijn 12 – 16 mm en hiermee doet het vlindertje zijn naam eer aan, kleine wintervlinder. En zoals zo vele nachtvlindersoorten is ze weinig kleurrijk, geelgrijs tot grijsbruin!

  
Foto links mannetje kleine wintervlinder onderkant, rechts mannetje kleine wintervlinder bovenkant.

 

Bij deze soort, de kleine wintervlinder is sprake van seksueel dimorfisme hetgeen betekent dat er verschil is in uiterlijk tussen mannetjes en vrouwtjes. Zo zullen we géén vliegende vrouwtjes te zien krijgen, deze ongeveer 0,6 cm grote imago’s zijn namelijk vleugelloos en hebben alleen halfontwikkelde vleugelstompjes.

Ze zijn dan ook slechts aan te treffen klimmend langs boomstammen, hekwerken en palen, wachtend op de mannetjes die hen daar komen bevruchten en tijdens de copulatie de vrouwtjes soms zelfs meenemen in hun vlucht.

 

  
Foto's links en rechts, kruipende imago's van het vrouwtje van de kleine wintervlinder.

 

De daarna (in de winter) af te zetten eitjes worden in de bomen gelegd rond de blad- of bloemknoppen en in (schors)spleten.

Ecologisch is interessant te weten dat de rupsen vroeg in het voorjaar bij grote aantallen uitkomen en ervoor zorgen dat diverse vogelsoorten aan extra veel voeding kunnen komen.

 

  
Foto's van de rups, een spanrups, van de kleine wintervlinder. In het vroege voorjaar.

 

De kleine wintervlinder, met slechts 1 generatie per jaar, komt algemeen voor en is waar te nemen op alle lussen op loofbomen, fruitbomen en volwassen struiken.

 

Luister, kijk en geniet!

 

 

 

Wespspin


Foto: Wespspin vrouwtje (wielwebspinnen).

 

Op onze golfbaan wonen en werken heel veel soorten spinnen en dan doel ik op de ‘echte spinnen’. Er zijn nl. ook níet ‘echte’ spinnen die wel tot de spinachtigen worden gerekend, waaronder zeespinnen. Spinnen hebben 8 poten!

Zijn er zo’n 45.000 verschillende soorten spinnen beschreven, in ons land leven zo’n 700 soorten en op de golfbaan heb ik zo’n 20 soorten waargenomen. Binnen "Insecten Rijk" heb ik deze ingedeeld in o.a. wielweb-spinnen, hangmat- of baldakijnspinnen, kraamwebspinnen, kogelspinnen, krabspinnen, trechterspinnen, trilspinnen, strekspinnen, wolfspinnen, pantserspinnen en springspinnen.


Foto's, twee wielwebspinnen. Links de driestreepspin en rechts de gewone komkommerspin.

 


Foto: Van de hangmatspinnen hier de herfsthangmatspin of tuinbaldakijnspin.

 


Foto: Van de kraamwebspinnen hier de grote wolfspin of kraamwebspin met kraamweb en eicocon.

 


Foto: Van de krabspinnen alleen de gewone kameleonspin aangetroffen.

 


Foto: Deze gewone doolhofspin behoort tot de trechterspinnen.

 


Foto's: Links van de wolfspinnen hier een pardosa vrouwtje met ei-cocon en rechts met jongen.

 

Foto: detailfoto 6 ogen van een springspin met beter ontwikkelde voor-middenogen.

 

Bekend bij de meeste mensen zijn wel de in onze huizen voorkomende huisspin en trilspin, buiten daarentegen, in de tuin en op de golfbaan de kruisspin.


Foto's: Links de gewone huisspin (trechterspinnen) en rechts de grote trilspin (trilspinnen).


Foto: Kruisspin (wielwebspinnen).

 

Zoals gezegd, op de golfbaan wonen, lees leven en werken veel spinnen. Om te leven en te blijven leven, is het voor de spinnen nl. hard werken. Als roofdieren leven ze van levende prooidieren en die moeten worden gevangen, op welke manier dan ook. Het meest gebeurt dit met behulp van een spinsel, een vangweb dat afhankelijk van de soort bestaat uit een wielweb, een trechterweb, valkuilweb of een doolhof van draden. Vaak zijn dit de passieve soorten, dit tegenover de actieve soorten die op jacht gaan of vanuit een hinderlaag jagen.


Foto's: Links de tunnel in een trechterweb (met terchterspin) en rechts een wielweb.

 

 
Foto (Pieter de Wildt): Spinnenwebben in de ochtenddauw op de fairway.

 


Foto's: Links komkommerspin (wielwebspinnen) met prooi en rechts kruisspin (wielwebspinnen) met prooi.

 

De wespspin maakt een groot, sterk wielweb waarin ze ondersteboven in hangt, tussen meerdere grashalmen en wacht af tot er een prooi in verstrikt raakt. Dit kunnen zijn sprinkhanen, libellen, langpootmuggen, kleine vlinders en kevers. In een mum van tijd wordt de prooi ingewikkeld met spinseldraad, geen ontkomen aan.


Foto: Wespspin vrouwtje, hangend in haar wielweb, wachtend op prooi. Op de rug duidelijk de horizontale strepen zichtbaar.


Foto: Vrouwtje wespspin hangend in haar web met op de buik duidelijk 2 vertikale, gele strepen.

 


Foto: Wespspin vrouwtje druk doende een pas gevangen icarusblauwtje (vlinder) in te pakken.

 


Foto: Wespspin vrouwtje druk doende een pas gevangen langpootmug in te pakken.

 

Boeiend binnen de soorten op de golfbaan vind ik deze wespspin, ook wel wespenspin of tijgerspin genoemd en dat omdat ze geel, bijna fluorescerend van kleur is met op de rug dwars over het lichaam diepzwarte strepen. De buikkant heeft twee opvallende, gele lengtestrepen. Vooral de vrouwtjes zijn groot (de wespspin is een van de grootste Europese spinnen), tot wel 1,5 cm lichaamslengte. Lopend door het gras in de rough vallen ze goed op en worden vanwege het wespuiterlijk al gauw tot rust gelaten.

 

Komen ze oorspronkelijk uit het Middellandse Zeegebied, tegenwoordig zijn ze tot in Scandinavië te vinden. Op de golfbaan te vinden op zonnige, open plekken met ruig gras. Deze habitats vinden we op alle lussen van het Rijk van Nijmegen. We treffen ze daar aan in de warmere maanden, juli – augustus. De kleinere mannetjes worden na de paring vaak ingesponnen en later opgegeten door de vrouwtjes, die ook niet lang meer leven nadat de honderden eitjes hebben bewaakt, afgezet in een grote (als een golfbal), urn vormige cocon, tot deze een maand later uitkomen. De jonge wespspinnen overwinteren in de cocon en komen pas in maart van het volgende jaar naar buiten om zich verder te ontwikkelen, weer te eten en hard te werken. Deze concons worden tussen lange grashalmen vastgezet of in bremstruiken.


Foto's: Links en rechts tussen grashalmen vastgezet eicocon in de vorm van een grote (golfbal) urn.

 


Foto's: Links open eicocon van de wespspin in een bremstruik, rechts de inhoud, tientallen jonge spinnen.

 

Met deze kennis is direct het belang van een goed maaibeleid aangegeven wil je de biodiversiteit in stand houden! Vroeg maaien of door schapen begrazen betekent minder kansen voor voortplanting en overleving van deze wespspinnen.

Luister, kijk en geniet!

Waardplanten


Foto: Grote brandnetel, bloeiend.

Het groei- en bloeiseizoen neemt af en de meeste dieren (vogels, insecten, zoogdieren etc.), bereiden zich voor op de herfst en komende winter. Veel diersoorten hebben hierbij hun leven te danken aan een ‘gastheer’. Dit zijn planten (of dieren) die nodig zijn voor hun groei, hun vermeerdering of hun larven. Deze ‘gastheren’ worden binnen de flora ‘waardplanten’ genoemd, zoals bv. de grote brandnetel op bovenstaande foto.

Hier en nu beperk ik mij tot enkele insecten en hun waardplanten. Bij vlinders zijn dit planten waarop soms de eitjes worden gelegd, maar meer waarvan de rups leeft. De waardplant dient dan als voedsel voor de rups. Het verdwijnen van dergelijke plantensoorten kan ook het verdwijnen van het insect betekenen.

Brandnetel en dagpauwoog

 
Foto links, bloemen van grote brandnetel, rechts imago dagpauwoog met beschadigde vleugelranden.

 

De dagpauwoog is een middelgrote vlinder, een bont gekleurde soort die algemeen voorkomt, ook op het Rijk van Nijmegen. De belangrijkste waardplant is de brandnetel. Karakteristiek bij de vlinder is de oogvlek op de bovenzijde van iedere vleugel, de onderzijde is donkerbruin gekleurd met donkere strepen. De soort overwintert ook binnen huizen en gebouwen. Ze vliegt van de vroege lente tot in de herfst en is vrijwel overal te vinden waar nectar is. Kan wel drie generaties per jaar hebben.


Foto: Zonnende dagpauwoog imago.

 

De rupsen die van de brandnetel leven, zijn zwart met witte stippen en vallen daardoor op voor iedere rough bezoeker. Deze kleine witte, ronden stippen zijn te vinden over het gehele lichaam. Daarnaast hebben ze rijen zwarte, naar voren gerichte stekels. De rups heeft aan de voorzijde drie paar zwart gelede poten (dit worden later de werkelijke poten aan het borststuk van de vlinder) en een aantal extra pootjes, aan de onderzijde van het midden van het lichaam.

Jonge rupsen blijven eerst bij elkaar in een spinselnest in de toppen van grote brandnetel en verlaten dit als ze groter worden om tot wel vier keer te vervellen en uiteindelijke ongeveer 4 centimeter lang worden. Hierbij vreten ze de gehele brandnetels kaal.

 
Foto links foeragerende rupsen en rechts wandelende rups van de dagpauwoog.

 

Brandnetel en kleine vos

Opvallend oranjekleurige niet zo grote vlinder met gele en zwarte vlekken langs de voorrand van de voorvleugel. De vleugelranden zijn bezet met blauwe maanvormige vlekjes die zwartomrand zijn. Zijn grotere broer is de ‘grote vos’, waarbij de blauwe maanvormige vlekjes ontbreken. De kleine vos vliegt van begin juni tot eind september en kent twee generaties. En ook hier is de waardplant de grote brandnetel. Overwintert.

De rupsen van de kleine vos lijken enigszins op die van de dagpauwoog en komen ook op grote brandnetel als waardplanten voor. Ze zijn echter donkergroen van kleur, hebben geen witte stipjes maar zijn licht gestreept tot duidelijk geel gestreept in de lengte.

 
Foto's links en rechts foeragerende rupsen van de kleine vos.

 

Salomonszegel en salomonszegelbladwesp

Even een heel ander insect, geen vlinder maar een bladwesp, de salomonszegelbladwesp die van eind april tot juni vliegt. Een zwarte vliesvleugelige die aan kleine vlinders doet denken als je ze ziet vliegen. En ook de larven, die op rupsen lijken, zijn geen echte rupsen (alleen bij vlinders), maar schijnrupsen of gewoon larve. Deze zijn lichtgrijs met een zwarte kop. De waardplant van deze soort is de salomonszegel die bij verschijning van de larven volkomen kaal worden gevreten. Overwinteren als pop.

 
Foto's links en rechts imago salomonszegelbladwesp.

 
Foto's links en rechts, foeragerende schijnrupsen van de salomonszegelbladwesp op salomonszegel.

 

Jakobskruiskruid en sint Jacobsvlinder


Foto: Bloeiend Jacobskruiskruid.


Foto: Jacobskruiskruid in bloei.

 

Jakobskruiskruid, in 2021 door het hele land explosief aanwezig in de bermen en elders, ook op het Rijk van Nijmegen met z’n opvallend gele bloemen, is waardplant van de sint-jacobsvlinder. Dit is een dagactieve nachtvlinder die van april tot en met begin augustus vliegt. Een kleine zwarte vlinder met twee rode lengtestrepen langs de vleugels en twee rode vlekken (bloeddrupjes). Vooral op Zuid te vinden.