Op een woonboot aan ‘t Meertje bij de Waal vertelt Don, de kersverse voorzitter van golfclub Het Rijk van Nijmegen, over zijn plannen en drijfveren. “Het voorzitterschap is voor mij een eervolle uitdaging die goed past bij wat ik graag doe: besturen, verbinden en communiceren.”
Die ervaring deed hij de afgelopen twintig jaar op als bestuurder van IrisZorg, een regionale verslavingszorg- en GGZ-instelling. “Daar heb ik geleerd hoe belangrijk het is om mensen mee te nemen en goed naar elkaar te luisteren.”
Opvallend genoeg speelde sport lange tijd geen grote rol in zijn leven. “Ik was wel elftalbegeleider van het voetbalteam van mijn zoon, maar daar bleef het bij.” Dat veranderde ruim tien jaar geleden, toen een vriend hem meenam naar een golfbaan in Spanje. “Toen was ik verkocht.”
Niet veel later werd hij lid van Het Rijk van Nijmegen. Via de seniorencommissie, waar hij penningmeester was, groeide hij door naar het voorzitterschap van de mixdagcommissie, een functie die hij zes jaar vervulde. “Dat waren waardevolle leerzame jaren, ook door het contact met andere commissies.”
Als golfer typeert hij zichzelf als recreatief. Met een handicap van 28 staat hij enkele keren per week op de baan, vaak met zijn vaste donderdag- en vrijdaggroep. “Golf is een confronterend spel: je speelt tegen jezelf. Je kunt een perfecte bal slaan en hem toch kwijtraken. Dat blijft frustrerend. Maar juist het samenspel, de natuur en de ontmoetingen maken het bijzonder.”
Over de toekomst van de club is hij nuchter optimistisch. “De basis is goed. Financieel staan we er ook gezond voor.” Tegelijkertijd ziet hij uitdagingen. “We moeten ervoor zorgen dat zoveel mogelijk mensen met plezier recreatief blijven golfen. Daarnaast moet er ruimte blijven voor competitief golf en zelfs topgolf, dat is belangrijk voor onze uitstraling.”
De samenwerking met de golfbaan noemt hij cruciaal. “Die is goed en dat willen we zo houden.” Het bestuur wil signalen van leden actiever oppakken. “Spelplezier staat voorop. Dat vraagt om respect – voor elkaar en voor de baan.”
Hij merkt dat de omgangsvormen soms onder druk staan. “Je ziet een zekere verruwing, net als in de samenleving. Daar moeten we alert op blijven.” Het motto van de club is dan ook zijn motto: “Samen meer golfplezier.”
Ook de vergrijzing van het ledenbestand vraagt aandacht. “We moeten jongeren enthousiasmeren. Als we de gemiddelde leeftijd kunnen stabiliseren is dat al winst.”
Volgens hem ligt er ook een verantwoordelijkheid bij de leden zelf. “Een vereniging maak je samen.” Hij prijst de inzet van vrijwilligers, die volgens hem onmisbaar zijn voor een bloeiende club.
Voor de toekomst ziet hij vooral geleidelijke aanpassing. “Er hoeft nu niets ingrijpends te veranderen, maar we moeten wel blijven inspelen op de wensen van leden.” Dat kan variëren van aanpassingen in de wedstrijdkalender tot het beter begeleiden van nieuwe leden. “We willen dat zij zich snel thuis voelen.”


